Interested in our photos or need travel information? Just contact us!

Botswana

Van Cairo naar Kaapstad, in 10 maanden, met openbaar vervoer.
augustus 2013 tot en met mei 2014

In de afgelopen tien maanden zijn zo veel nieuwe indrukken vertrouwd geworden, zo veel spannende dingen leuk, zo veel vreemde gewoonten mooi, zo veel ongemakkelijke zaken gewoon en zo veel onbekende mensen vrienden.

Dag Afrika, voor nu!

From Cairo to Cape, in 10 months, by all means possible.
August 2013 to May 2014

The past ten months so many new impressions became familiar, so many scary things fun, so many strange habits beautiful, so many uncomfortable things normal and so many unknown people friends.

Bye Africa, for now!

 

 

 

Beschrijving

12 februari 2014 tot en met 21 februari 2014
Francistown-Nata-Maun-D’kar-Ghanzi

Het twaalfde land zit er op! Botswana is rustig, groot, groen, heeft veel verschillende landschappen en is heel erg plat, wat de uitzichten eindeloos maakt. Het is voor Afrikaanse begrippen erg welvarend en vooruit denkend. Ondanks dat het tien keer groter is dan Nederland wonen er maar 2,1 miljoen mensen met als gevolg meer dieren dan mensen.

Na bij de grens al onze schoenen in een anti mond en klauwzeer bakkie gestopt te hebben mochten we onze weg vervolgen naar Francistown. Daar werden wij overweldigd door de hoeveelheid westerse, luxe en volle winkels. Overal is het schoon, opgeruimd en geordend, het eerste wat ons verteld werd, don’t worry Botswana is not like Zimbabwe, Botswana is safe. Op het busstation werd heel kalm op onze aankomst gereageerd en toen ons busje, naar ons idee nog half leeg, met dezelfde hoeveelheid mensen als stoelen, vertrok naar Nata moesten we door het mond en klauwzeer hek. Dit is een 3000 km hek om te voorkomen dat het wild mond en klauwzeer op het vee overdraagt. De overheid van Botswana doet erg zijn best om, naast de diamanten industrie, de grootste inkomstenbron, de koeienvlees industrie en het wildlife toerisme, in balans te houden. De overheid loopt voor op veel zaken in Afrika, met onder anderen goede pensioenregelingen, kinderbijslag en gratis Hiv medicijnen zijn ze een voorbeeld voor veel Afrikaanse landen. Ook geeft de overheid leningen uit aan ondernemers, zonder rente om aan de toekomst te werken, aangezien het grootste deel van de Botswaanse economie van diamanten afhangt en die zullen opraken. Dit draagt waarschijnlijk bij aan de grote middenklasse, iets wat we in de rest van Afrika nog niet zo gezien hebben.

Naast Nata zijn de zoutpannen van Makgadikgadi, om de Lonely Planet te quoten “One of the Kalahari’s least known treasures.”, waar we ons erg op verheugde. De Lonely Planet was duidelijk al een tijdje niet geweest “The largest salt pans on earth offer up vieuws where the horizon never seems to end, an extraorinary, humbling sight.“ zag er meer uit als een groot meer. Er is meer regen gevallen de afgelopen jaren met als gevolg geen zoutpannen maar water, heel veel water. “A zebra migration that may be the largest in Africa catches most of the attention but there are also flamingos in their massed hordes.” We hebben geen zebra of flamingo gezien, het mond en klauwzeer hek zorgde voor een verstoorde migratie, waardoor duizenden zebra’s zij omgekomen van dorst en honger en wat er met de flamingo’s gebeurt is weten we niet. Gelukkig voor ons was onze gids een vogeldeskundige en hebben we onze regel ‘er wordt niet gevogelspot voor ons 50ste’ tijdelijk over boord gegooid. Teleurgesteld hebben we de amarula vruchten onder de boom naast ons tentje opgegeten. Olifanten eten deze amarula’s overrijp om dronken te worden. Wij werden er niet dronken van, van de Amarula uit de fles van de schitterende bar aan het zwembad die we vanaf ons ligbedje dronken wel. Voor een klein bedrag hadden we ons tentje neerzetten bij de super luxe vijf sterren Nata lodge. Hier kwamen we voor het eerst in lange tijd ook Nederlandse vakantiegangers tegen, die gelukkig erg Hollands reageerde op onze vraag ‘En hoe is de vakantie?’ ‘Ja heerlijk, maar het eten is slèèècht!’

De rit naar Maun was mooi, het was druk op de weg, niet met auto’s maar met ezels. Zeker aan het einde van de dag, als het buiten afkoelt vinden de ezeltjes het heerlijk met hun hoefjes op het warme asfalt te gaan staan. Vervelend voor hen is dat er geen straatverlichting is en Botswana daarom de meeste auto ongevallen heeft van heel Afrika. Gelukkig is er een goed doel dat zich bekommert om deze ezels en ze hebben een oplossing gevonden, reflecterende oortags…. tsja.  Wij vroegen ons vooral af wat al die ezels doen in Botswana, ze lijken geen functie te hebben. Na wat navragen en googelen kwamen we er achter dat de overheid alle mensen vee beloofd had, helaas waren er niet genoeg koeien en geiten dus hebben ze ook maar ezels gegeven. Dat er geen nut voor de dieren is lijkt niet uit te maken.

In Maun zaten we, na het opzetten van ons tentje, net aan ons eerste biertje en werden we gevraagd mee te gaan op safari de volgende ochtend. Nu hadden we al vijf keer besloten dat we genoeg gesafaried hadden, maar toch. Na wat rekenwerk en wat vreemde maar effectieve onderhandelingstactieken van Emory besloten we om elf uur ’s avonds de volgende ochtend om vijf uur klaar te staand voor alweer een safari. In Botswana zijn ze trots op hun grote open safari auto’s, wij begrepen met onze trui, jas en sjaal om bibberend met 80 km per uur niet waarom. We waren erg blij met de zonsopkomst die naast mooi, lekker warm was. We hadden onderweg in de bussen al wat olifanten gespot en gelachen om de vele verschillende ‘pas op overstekende gazelle, impala’s, struisvogels, wrattenzwijnen en (de leukste) olifanten’ borden. Tijdens de rit van de weg naar de entree van het park waren de olifanten niet te tellen. We begrepen ineens waarom de lokale bevolking ze als een plaag zien. Naast de honderden olifanten zagen we tientallen giraffen, zebra’s en stonden de impala’s en gazelle ons op te wachten bij de entree. We waren halverwege vergeten dat we nog niet eens in het park waren. Het landschap in het park was schitterend, midden in het park stopte we om wat stokken in de bosjes te gooien, er kwamen geen grote dieren uit dus klapte we stoeltjes en tafeltjes uit en kwam onze lunch tevoorschijn. De twee grote mannetjes cheeta’s die we net een paar honderd meter voor de stop gezien hadden maakte dat Emory iedere vijf minuten achterom de bosjes in keek.

De Okavanga Delta kun je op twee manieren bekijken, doormiddel van een aantal dagen durende kampeer mokoro trip, met je tentje in een uitgeholde boom die wordt voortgeduwd met een grote stok door de mokoro vaarder en jouzelf om te kamperen op de drassige eilandjes. Of doormiddel van een vlucht in een klein vliegtuigje, zo klein dat er plek is voor vier personen en dit is inclusief de piloot. Emory die het kamperen in de lodges en backpackers al wild genoeg vind, al zeeziek wordt op de pont en bang is voor vliegen had het zwaar, maar verkoos uiteindelijk een uur vliegen boven dagen kamperen met een bootje. Een goede keus, de vlucht was geweldig, we hebben de delta en alle dieren van boven gezien. Dat we groen werden als we net iets te lang op onze camera schermpjes keken namen we op de koop toe. Tijdens onze rit vlogen we over het mond en klauwzeer hek, nu pas zagen we de kilometers lange afzetting. Het is echt immens en we snappen dat dit voor menig diersoort, behalve de olifanten uiteraard, die lopen de hekken regelmatig plat, de migratie verstoord en er dus steeds minder kuddes zijn.

Aan onze vlucht hebben we vriend Oscas over gehouden, met zijn drieën zijn we van Maun naar Ghanzi gereden, een route dwars door de Kalahari woestijn. Vol verbazing reden we door een groene woestijn, een ander gevolg van de vele regen de afgelopen tijd. Het verdronken trieste bos halverwege gaf aan dat het echt meer geregend had dan de afgelopen jaren. Tijdens de lunch werden we uitgenodigd de dieren van het hotel te komen bekijken, de leeuwen waren groot, we zagen voor het eerst wilde honden, maar het spannendste was in de cheeta kooi te staan om foto’s te maken. Het geluid dat ze maken is nog indrukwekkender op nog geen halve meter afstand. ’s Nachts nadat we ons eigen maaltje op de Braai (Zuid Afrikaans voor barbecue) hadden klaargemaakt kregen we midden in de Kalahari een regenbui over onze tentjes heen.

Omdat er zo weinig mensen wonen is het openbaar vervoer ook erg minimaal, in de Kalahari woestijn wonen zelfs bijna geen mensen, wat betekent ook bijna geen openbaar vervoer. Met wat creativiteit hebben we het gered, maar hoe we naar Namibië gingen komen, dat nog groter is en nog minder inwoners heeft, wisten we tot op de ochtend dat we het deden niet. De mensen die hier wonen zijn voornamelijk de San (één van de oorspronkelijke jagers en verzamelaars van zuidelijk Afrika) Deze mensen willen leven volgens hun oude tradities en geen westers leven leiden. Ze hebben het zwaar aangezien ze door de overheid al meerdere keren verplaatst zijn. De laatste keer zijn ze naar dit stuk Kalahari verwezen waar ze een bestaan probeerde op te bouwen ondanks de zware omstandigheden. Hier zijn recent ook diamanten gevonden waardoor ze weer moeten vertrekken. Een lieve San mama vertelde ons dat ze dankbaar zijn voor de samenwerking met Namibië en nu mogen ze zich daar vestigen. Deze mama vertelde ook dat onze bussen van 9:00 en 11:00 niet gingen omdat er te weinig mensen waren om ze te laten rijden en of die van 13:00 kwam was niet zeker. Zij lette op onze tassen terwijl ze ons opdroeg te vragen hoe we bij de kruising van de weg naar Namibië kwamen. Daar moesten we volgens haar ‘gewoon’ liften net zoals iedereen. Uiteraard luisteren wij naar de wijze San mama en de 650 km van Ganzi naar Windhoek hebben we dan ook maar gelift.

Wij hebben genoten van de luxe, het speciale oud Engelse safari gevoel met de open auto’s, kaki safari kleding en hoedjes, de ontspannen bevolking, vervoer uitdagingen en de nieuwe vrienden die we er aan over hielden, de vele dieren en overvloed aan olifanten.

Klik hier, wij vinden reacties leuk!