Interested in our photos or need travel information? Just contact us!

Indonesia

Land 31

03 juni 2015 tot en met 02 juli 2015

Sumatra-Medan-Bukit Lawang-Berastagi-Danau Toba-Medan-Java-Yogyakarta-Prambanan-Borobudur-Malang-Gunung Bromo-Sempol-Kawah Ijen-Surabaya-Bali-Krabitan-Kerobokan-Seminyak-Ubud-Denpasar-Sanur-Kuta

Beschrijving

Click here if you want to tell us something, give comments, ask questions use photos or need travel tips!

We vlogen op Sumatra, daar betaalde we voor ons ‘gratis’ visa met een oude U$25 stempel U$35 dollar, welkom in Indonesië! Menig mede reizigers hadden ons al gewaarschuwd voor de corruptie in iedere laag van de bevolking maar wij hadden besloten ons er niet aan te ergeren. We staken wat kleine briefjes in de portemonnee, verstopte de rest van ons geld en gingen positief zo veel mogelijk van de meer dan 17000 eilanden, 739 talen en diverse culturen beleven.

Nadat Em uitgescholden was door een van de aanhoudende taxi chauffeurs kwamen we met de trein om middernacht aan in Medan bij super vriendelijke mensen. Hier zaten we snel op een plastic krukje op straat aan een Bintang biertje en saté stokjes de kretek sigaretjes lucht op te snuiven.

Deze derde grootste stad van Indonesië staat bij Backpackers bekend als ‘worst place ever visited’. Of het door het eten kwam of de afbrokkelende Nederlands koloniale charme, wij vonden het er helemaal niet vervelend. Wel vonden we het busstation vervelend, hoe hard we ook hadden voorgenomen ons niets aan te trekken van de corruptie en het bedriegen bleek dit hier onmogelijk. Na bijna twee uur wachten, heel wat agressiviteit, veel praten, ons poot stijf houden en ontvoerd worden in een busje door maffia mannen kregen we uiteindelijk met de hulp van een lieve strenge dame een normale prijs. Weliswaar nog steeds meer dan die voor locals maar 20 keer minder dan de eerste eis. Geen fijn begin maar vervelender vonden we te zien dat de locals niets durfde te zeggen uit angst voor de paar nare mannen die het niet alleen toeristen maar alle reizigers moeilijk maken.

De rit over Sumatra deed ons het voorval snel vergeten en we genoten van het schitterend groene jungle landschap, de lieve dorpjes en schattige kindjes. De geschiedenis van het eiland kent veel conflicten, naast dat de Nederlandse kolonisten en andere niet welkom waren is men niet blij met het Jakarta bestuur. Met als gevolg rebellen groepen en clashes met militairen en buitenlandse heersers. Tot 2006 waren er separatisten bewegingen voor de onafhankelijkheid. Na jaren van destructieve kolonisatie, revoluties, massa slachtingen, etnische oorlogvoering en dictatorschap was de verwoesting van de 2004 tsunami vooral in Aceh met meer dan 170.000 doden groter dan welke menselijke conflict dan ook. 

De vrolijke bewoners van Bukit Lawang die allemaal leken te kunnen gitaar spelen en zingen konden wij echter niet plaatsen in deze geschiedenis. We kletste, zwommen in de rivier, hingen in de hangmatten, dronken biertjes en zongen zelfs Guus Meeuwis maar het beste nummer bleek het speciale ‘Jungle trek’ nummer op Jingo Bell dat nog wel een paar jaartjes in ons hoofd blijft zitten.
Twee dagen gingen we de Gunung Leuser Jungle in, een van de rijkste tropische bos ecosystemen in de wereld op zoek naar onze rood harige neefjes de Oerang Oetangs. Tegen vielen de entree prijzen, de gidsen hadden zelfs hun prijzen al verlaagd om de schrik voor de toeristen iets te verminderen. Zij zijn bang dat als de prijsverhoging bekend wordt er minder mensen zullen komen. De overheid zal de helft minder bezoekers niet erg vinden op een prijs verhoging van meer dan tien keer maar het inkomen van de locals zal er zeker op achteruit gaan. We hoopte nog even dat er dan in ieder geval ook meer geld naar het Oerang Oetang centrum zou gaan, maar helaas bleek dit niet het geval.
Het centrum, een mooi succes verhaal leerde ooit 200, veel als gekooide huisdieren gehouden, Oerang Oetangs eten zoeken, nesten bouwen, bomen klimmen en overleven in het wild. Dat hebben ze zo goed gedaan dat bij de twee dagelijkse voedingen op het platform bijna geen Oerang Oetang meer komt, op af en toe een zwanger vrouwtje na. Het centrum is zelfs gesloten voor nieuwe Oerang Oetangs en ze hebben een nieuwe opvang geopend waar ze hun goede werk voortzetten. Wij hadden het als verjaardag cadeau gekregen en zijn daar nog steeds ontzettend dankbaar voor lieve Mark, Suus, Constance, Richard, Arja en Karel! Want het was het geld meer dan waard.
Binnen een uur zagen we de eerste people of the forest, wat Oerang Oetang betekend. En wat zijn ze mooi en kijken ze wijs. We zagen er wel 15, sommige hoog hangend in de bomen, Jackie met baby op de grond op nog geen meter afstand, wat stoer slingerende jonge jongens, onvoorspelbare Mina waar iedereen bang voor is en ze zelfs over zingen in het ‘Jungle trek’ liedje en het grote mannetje dat nog gevaarlijker is vanuit zijn nest in de boom.
De leuke jonge gidsen die net zo enthousiast reageerden op het zien van een zeldzame wollige Gibbon, ons van meer dan lekker eten voorzagen en ons de hele nacht in de Jungle vermaakte, maakten de trip zelfs nog leuker. Ze vertelde over hun werk in de jungle, dat hun grootouders nog regelmatig de nu uitgestorven neushoorns zagen en zij de natuur willen bescherming om de andere diersoorten te behouden. Zelfs de tijger ondanks dat onze gids bekende dat hij bij het zien van een tijger het toch wel bijna in zijn broek had gedaan. Hun instelling gaf ons een goed gevoel over de toekomst en hun onuitputtelijke vrolijkheid maakte het raften over de rivier terug, uiteraard zingend, een gezellige afsluiter.
Er was maar een nadeel in het dorp met de leuke bamboe hutje met schitterend uitzicht en geweldige open badkamers, ieder keer was ons zeepje weg. Dit bleek een algemeen probleem, de aapies pikte die, en wij gniffelde bij het idee van soppende aapjes in de rivier.

Berastagi een grappig dorp naast de uitbarstende Gunung Sinabung vulkaan, lag net buiten de geëvacueerde kilometers. Op aanwijzingen van een lieve oude dame die vertelde hoe we moesten lopen, en dan vooral hoe niet “Don’t go there you will die.’ Hikte wij gewaarschuwd de naastgelegen vulkaan Gunung Sibayak op om de uitbarsting te zien. Na een paar uur, toen we er op een half uurtje na waren, kwam de regen met bakken uit de hemel. Schuilen had geen zin en verder omhoog was te gevaarlijk vanwege de enorme modderstromen en landslide gevaar. Als verzopen katjes dropen we af en teleurgesteld gaven we ons vulkaan avontuur op. Op de volle markten, onder de Karo Batak puntdaken, maakte we maar gebruik van de mineraal rijke vruchtbare vulkanische grond door veel te veel eten te kopen.

Het Danau Toba meer is met 1707km2 het grootste meer in zuid oost Azië met een eiland zo groot al Singapore. Wij sliepen aan het meer in Tuctuc, alleen al voor de naam omdat dat Em zijn grootste ergernis in India was.
Op de scooter verkende we het eiland met zijn speciale Batak punt dak huizen. De Batak waren de meest oorlog beluste mensen van Sumatra en de constant strijdende dorpen waren zo wantrouwend dat er geen paden of bruggen tussen waren. De Toba Bataks deden tot 1816 aan ritueel kannibalisme, het eten van het vlees van een verslagen vijand of een schuldig bevonden persoon. Wij bekeken de stenen stoelen waar tot 300 jaar geleden dorpsouderen belangrijke zaken besproken en criminelen veroordeeld. Die werden vervolgens vastgebonden, geblinddoekt, gesneden en ingesmeerd met knoflook en chili alvorens onthoofd te worden. Nu zijn de meerderheid van de hedendaagse Bataks, protestantse christenen, een minderheid in werelds grootste moslim land. Velen geloven nog wel hun traditionele animistische geloof met het bestaan van geesten die overal in kunnen huizen en goed gestemd moeten worden door rituelen en offers.
Na ondertussen zo veel scooter uren dachten wij, na het bewonderen van een meer in het meer, de binnenlandse route wel te kunnen pakken. De goden waren ons duidelijk niet goed gezind. Gelukkig hoefde we niet de scooter op te offeren, maar na uren over keien, kuilen en door grote plassen waren we verbaasd dat de scooter het gehaald had. Blij weer in de bewoonde wereld te zijn bekeken we nog even de tombe van de Batak Koning Sidabutar die het christendom adopteerde. Ook hier waren we weer langer bezig langs de souvenir stalletjes te lopen, ons ondertussen af vragend hoe mensen hier van kunnen leven. De enorme hoeveelheid stalletjes staan allemaal vol dezelfde spullen waarvan we ons niet kunnen voorstellen dat die allemaal verkocht gaan worden. Wij kochten een Bintang biertje, speelde met onze puppy, die ik stiekem Beautje noemde en zwommen naar de overkant van het oceaan blauw heldere meer en terug om af te koelen.

Na op het vliegveld van Jakarta meerdere keren keihard geprobeerd te worden afgezet kwamen we hongerig aan op Java. Daar is te zien dat het goed gaat met de economie van Indonesië. De geschiedenis van de VOC is voor ons Hollanders wel bekend. Ze arriveerde in 1595 om de handel op te zetten en plande niet heel Indonesië te runnen maar vonden het noodzakelijk om andere Europese machten buiten te houden. De Nederlanders waren niet altijd netjes voor de mensen en dat creëerde tegenwerking. De droom onafhankelijke te zijn werd na een lange harde strijd tegen het koloniale regime gerealiseerd in 1949.
Na jaren van militaire dictatorschap, rebellie, religieuze conflicten, veel bloedvergiet, extreme rijkdom en armoede en conflicten met naburige territoria is de economische ontwikkeling nu ver. Met groeien van meer dan 6% per jaar en volgens de World bank een midden klasse van al de helft van de bevolking regeert Java nu politiek en economisch. Met welvaart komen echter wel andere problemen als de extreme druk op het milieu en de overheid die onvoldoende in staat is te voorzien in de toenemende behoefte aan water behandeling en infrastructuur. Naast de smok en drukte, die wij overigens alles mee vonden vallen, is Java met zijn snelle modernisatie, grote malls en enorme markt voor elektronica, verwesterd in onze ogen. Ik kocht alleen een hoofddoek voor onze Iran pasfoto’s en met behulp van de dames had ik een handig passend setje.

Met toenemend lokaal toerisme is Jakarta’s ziel, Yogyakarta met 8 miljoen bezoekers per jaar de drukst bezochte toeristen hot spot van heel Indonesië. Het is een mix tussen het moderne en de oude gewoontes met nog steeds een sultan wiens kraton de hub van traditioneel leven blijft.
Met Sandra en Sander, aka de Sans proosten wij er meerdere keren per dag, meerdere dagen achtereen op Em zijn verjaardag en het begin van de ramadan. We aten gezellig op de grond in Maliborostreet en bij een vrouwtjes dat vanuit huis ons op plastic krukjes honderd keer beter eten gaf dan de restaurants en nog goedkoper ook. Em maakte er indruk op de gezellige nieuwsgierige locals door alle gerechten in het Bahasa te bestellen en kreeg bijna adorerende blikken. Ook hier kregen we, net als in heel Indonesië, kleine porties met vooral veel rijst en konden er dus lekker vaak eten. Ondanks de regelmatige honger was ik blij met alle fijne tofu, tahoe en tempeh dat toch nergens zo lekker was als op het Zuiderkruis in Lisse.

Naar de Prambanan gingen we met het super goed geregelde bus systeem waar corruptie door vele poortjes, wachthokken, kaartjes en controleurs onmogelijk lijkt gemaakt.
De tussen de 8e en 10e eeuw gebouwde tempel heeft Boeddhist en Hindoe invloeden. Welke in de 9e eeuw werden verenigd door een huwelijk tussen een Hindoe prins en Boeddhist prinses en een aantal tempels met Shivaite en Boeddhistische elementen verklaart. Rondom uit gehakt is het Ramayana verhaal over hoe lord Rama’s vrouw Sita ontvoerd werd en hoe Hanuman de apen god en Sugriwa de witte aap generaal haar uiteindelijk vinden en vrijlaten. Een verhaal ons wel bekend na onze Hindoeïstische bedevaart in India. Met de Sans en tassen vol snoepgoed genoten we ‘s avonds van de uitvoering er van door het Ramanjana Ballet met een uitgelicht Prambanan op de achtergrond. En zwaaide terug naar stiekem zwaaiende kinderen die in hun mooie kostuums naast ons het podium op gingen en ons net zo spannend vonden als wij hen.

De rit op de scooter naar de Borobudur door de groene omgeving langs rijst velden en viskwekerijen was mooi. Het Boeddhistische tempel complex, heeft 432 Boeddha afbeeldingen en 1500 panelen die de Boeddhistische leer en verhalen vertellen. Het is tussen 750 en 850 gebouwd in de vorm van een massieve symmetrische stupa om een kleine heuvel. Van twee miljoen stenen blokken, werd door grote hoeveelheden werkers 60.000 kubieke meters steen uitgehakt en vervoerd.
De verschillende aanvallen van natuur krachten en mensen in de 1200 jaar zorgden voor veel restauraties. De stenen die er nog omheen liggen vonden we eigenlijk wel wat toevoegen, maar de restauraties van de tabletten in vele kleine delen minder mooi. Noem ons verwend, de Borobudur is mooi, maar vergeleken met bijvoorbeeld Angkor Wat in Cambodia en Bagan in Myanmar minder indrukwekkend. Dat deze ene tempel duurder is dan de enorme complexen waar je meerdere dagen kunt volmaken zonder hetzelfde te zien, deed dan ook zeer in de portemonnee. Wij waren er de tweede dag van de Ramadan waardoor het rustig was en namen dan ook alle tijd op de top voor onze foto’s met de typerende 72 deels zichtbare Boeddha beelden in stenen stupa’s.

Van Malang zagen we vooral de avondmarkt waar Emory de keuken in ging om voor ons Martabak te helpen maken. Het slapen in een dorm was er zo prijzig dat wij kozen samen met de Sans die nacht een busje te pakken naar de Gunung Bromo, rokende vulkaan. Om hem te zien met de opkomende zon reden we in een treintje van ontelbare jeeps naar de top van de naast gelegen Gunung Penanjakan.
Arme Sandra werd ziek van het slalommen de 2770m berg op en daar zijn we haar nog dankbaar voor. In het pikkedonker midden in de nacht stonden we onder een geweldige sterrenhemel met duidelijk zichtbare Melkweg vallende sterren te tellen.
Op het zonsopgang uitzichtpunt waren we niet de enige en begrepen dat ook hier de overheid zich waarschijnlijk rot lachte om de enorme entree verhogingen en zeker de nog hogere weekend prijzen. Tja zo een vulkaan brandend houden kost vast heel veel geld en zeker in het weekend.
Gelukkig herkende onze jeep chauffeur ons, tussen de honderden dezelfde auto’s hadden we hem nooit terug gevonden. Bij de Bromo liepen wij met ons Indonesische vriendinnetje Dian grappend zigzaggend, langs de langzame andere toeristen omhoog. Vlug voorbij het hekje tot we helemaal alleen op de rand, de stinkende, rokende diepe krater in keken. Om na een photoshoot in de rotte eierlucht, over de zijkant van de vulkaan, door het dikke zwarte zand, met de Sans, achter Dian en papa smurf Emory aan, alle verbaasd kijkende toeristen, voorbij te huppelen.

In Sempol een lief dorpje hadden we onze eigen hotspring, spinnen zo groot als onze hand en kopie Luwak, de chevet kat poep koffie dat helemaal niet zo leuk voor de katten blijkt te zijn. Hier mochten we een paar uurtjes in een bed slapen om voor middernacht op te staan voor de volgende vulkaan de Kawah Ijen. Met Arie de Indonesische gids hikte we om twee uur ‘s nachts de 2368m vulkaan op om het spectaculaire blauwe vuur te zien.
Nog meer indruk maakte de 300 mannen die er iedere nacht solfer met de hand uithakken en omhoog de krater uit dragen. Gebruikt voor cosmetica en medicijnen of toegevoegd aan mest en insecticide wordt er door het westen veel voor betaald, de mannen krijgen echter maar 800 roepies per kilo. Wij moesten een gasmaskers op om ze te bewonderen, de zwavel gaf ons brandende longen en traanogen. De mannen staan iedere nacht, vaak met alleen een doekje voor hun mond, uren in die verstikkende zwavel dampen. Om vervolgens meer dan 6 uur omhoog te hiken met tientallen kilo’s in hun manden. Wij kregen zelfs met masker op stromende ogen en een benauwd bijna paniek gevoel.
Vrolijke Arie kende iedereen, hij had vroeger zelf ook het werk gedaan maar is gevallen en heeft nu rugklachten. In plaats daar van neemt hij nu toeristen als wij mee en vertelt honderd uit. Hij stelde ons voor aan zijn 62 jarige oom die met 95 kilo in de brandende zwavel rook op slippers omhoog liep en met zijn paar resterende tanden in het donker van de nacht nog naar ons kon lachen ook.
Emory was goed voorbereid, de kretek sigaretjes bleken inderdaad een perfect cadeautjes en verschafte een welkome pauze voor de mannen. Ze leken zich best vereerd te voelen dat wij toeristen hun kwamen bewonderen en namen de tijd te kletsen en op de foto te gaan. Als we ooit weer werk hebben, gaat de foto van deze vrolijke mannen, die ondanks hun zware beroep energie vonden naar ons irritant, in de weg lopende toeristen te lachen, naast onze wekker. Samen met de foto van de sterke dames in India, die met blote handen poep van de weg scheppen, voor als we überhaupt alleen al durven denken aan geen zin hebben.
Arie en Diam namen ons net op tijd voor de zonsopgang mee de krater uit. Al lol makend hadden we een uitgebreide photoshoot met 360 graden uitzicht, met de krater, het meer, de zee en vulkanen wisten we niet waar we moesten kijken. Uitgeput sliepen we allemaal in het busje tot we letterlijk op de ferry naar Bali gezet werden door Diam en onze lieve chauffeur.

Niet gepland maar door de hoge kosten op Java besloten we hals over kop Emory zijn oom Richard op Bali gedag te zeggen. Helaas bleek hij onderweg naar Nederland maar zijn enorme gastvrijheid zorgde er voor dat wij konden backpacken in stijl. Ontzettend dankbaar zijn we Richard en zijn vrouw dat wij op het aller mooiste plekje van Bali mochten slapen met de aller beste hulp van Eka en Kadeck, aller liefste hondjes Blue en Laika en aller knuffeligste poezen Kees en Jade.

In Krabitan, vol fijne mensen, maakte we kennis met de rijke Balinese cultuur en specifiek kleding. De specifieke hoofd versiering van de mannen en banden om de middelen van de dames zijn elegant. De sarong, omslag rok van de mannen, ook hier weer anders genoemd en geknoopt, is ondertussen een vertrouwd Aziatisch beeld.
Indonesië heeft Boeddhistische en Hindoeïstische invloeden en van 1019 tot 1042 verspreide Hindoeïsme van Java zich naar Bali. In de 15e en 16e eeuw groeide de Islamitische invloeden op Java en moslim militairen invallen dwongen veel Hindoe Boeddhisten richting Bali. Bali heeft zijn eigen Hindoeïstische stijl, anders dan in India of waar dan ook ter wereld. Helaas wel met het nare kasten systeem dat gelukkig minder schijnt te worden. Ook de Balinezen geloven dat geesten overal zijn en hebben daarom veel Pura’s, dat zijn tempels en offeren de hele dag door kleine kunstwerkjes met wierookstokjes. Ieder dorp heeft minimaal drie Pura’s en Bali heeft meer dan 10.000 van deze speciale tempels. Allemaal vieren ze een tempel festival één keer in de 210 dagen tellende kalender, waardoor het altijd wel ergens feest is. Wij scooterde langs de festiviteiten het hele eiland over om vrienden te zien. Met zonnebril, mondkapje en vest tegen de kou slalomde we als locals langs de politie en wisten ons geld in onze zakken te houden.

In Simanyak werden we rondgeleid door de daar studerende Caro en Niclas. We waren niet zo onder de indruk van het strand maar ach wij chillden toch liever ‘thuis’ in ons eigen zwembad. Wel was het er gezellig en we dronken een biertje met zonsondergang, even kletsend met de verkoop dames. Zij en vele winkeltjes met hen verkopen ook hier dezelfde slechte souvenirs waar het hele land mee vol ligt. We begrijpen nog steeds niet waarom, maar de meest verkochte souvenir van Balie is de piemel opener. Ze liggen overal in verschillende kleuren en maten, een grappig gezicht tussen de vele pakket toeristen, hippe cafés, kunst galerijen, exclusieve boetiekjes, grote merken winkels, fancy clubs en sjieken restaurants. Wij aten gezellig op de markt en bespraken de verschillen binnen Indonesië. De meeste Indonesische moslims zijn gematigde en het idee dat de Prosperous Justice Party (Partai Keadilan Sajahtera, PKS) de Islamitische Shariah wetten wil introduceren lijkt hier op Bali nog onmogelijker. Maar andere controversiële wetten als de anti porno wet van 2008, is er ook door gekomen en maakt veel traditionele vormen van gedrag illegaal als de Javaanse dans en de Papua peniskoker.

De stad Denpasar bekeken we onderweg naar bizar toeristisch Ubud voor de teleurstellende rijstvelden die met 600 tot 1000 hectaren per jaar tot commercieel land omgevormd worden. Dat de Balinezen wel smaak hebben en weten wat gezellig is blijkt uit de mooie tempeltjes en hobbelige straatjes vol sfeervolle boetiekjes en schattige cafeetjes. En ondanks de vercommercialisering hebben we met de Sans ons er een dagje prima vermaakte.

Met Duitse Tabita, leren kennen in Namibia aten we bij haar vrienden in haar woonplaats Sanur. Sanur ook wel ‘snore’ genoemd is voor de wat oudere toeristen en ‘gepensioneerde expats’ en voelt wat rustiger.

Met Wayan een oude bekende van Emory dronken we drankjes op het strand van Kuta en dachten even dat we in Australië waren. Kuta, oorspronkelijk een surf plek is nu het centrum voor massa toerisme veel uit Australië. De drukte verklaarde waarom we, ondanks Em zijn uitstekende scooter slalom skills, een uur over de laatst tien kilometer hebben gedaan.
Het eiland met traditioneel rijst groei cultuur beleefde vanaf 1970 een toerisme boom die veel verandering heeft mee gebracht. Eerst betaalde het voor verbeteringen in wegen, telecommunicatie, educatie en gezondheid. Maar nu heeft het vooral een negatief effect op het milieu en ondanks dat de Balinese cultuur bewonderingswaardig resistent is op de lokale cultuur. De bom aanslagen die in 2002 meer dan 500 levens kosten gaven het een klap maar nu komen er meer dan 3 miljoen toeristen per jaar en zoals Wayan zei ‘Bali is to popular for its own good.’

Via Banyuwangi namen we de ferry terug naar Java met een nachttrein waar ze niet van slapen houden maar liever TV kijken en eten met als gevolg roepende verkopers, luide omroep systemen, TL verlichting, ijs koude airco en een slapeloze nacht.

Surabaya waar ooit de strijd voor de onafhankelijkheid begon, is de Kota Pahlawan city of heroes. De drukke grote stad met acht baans wegen is niet echt voetganger of toerist vriendelijk. In een betjak, fiets taxi lieten wij ons van China town naar de Islamitische wijk rijden langs afbrokkelende Nederlandse koloniale gebouwen en lachte met de super lieve mensen. In de vislucht gebruikte we een laatste keer ons Bahasa in de eetstalletjes op straat en miste het eten gelijk al.

Indonesië is bijzonder en we vinden het jammer dat onze portemonnee maar drie van de meer dan 17000 eilanden toeliet. Graag hadden we nog veel meer van de verschillende culturen ervaren en mooie mensen leren kennen. Maar zijn blij met de vriendelijke open mensen die we hebben ontmoet en de bijzondere dingen die ze van hun land hebben laten zien. We vlogen naar de Filippijnen met het gevoel nog maar een klein stukje van enorm divers Indonesië te hebben gezien.

Klik hier om iets tegen ons te zeggen, we horen graag van jullie!