Interested in our photos or need travel information? Just contact us!

Myanmar (Burma)

Land 26

02 december tot en met 27 december

Mandalay-Hsipaw-Nyaungshwe-Nyaung U-Yangon-Bago- Mawlamyine- Hpa An

& Mae Sot (Thailand)

 

Beschrijving

Myanmar is such a beautiful country with amazing people that we found it difficult to select out of 4000 photos just a few of so many good ones, even choosing the right selfie was a problem!

collectie selfies

 

Click here if you want to tell us something, give comments, ask questions use photos or need travel tips!

We wachtte drie dagen op onze vlucht in vertrouwd Bangkok waar we zeldzame witte olifanten zagen ter eren van de verjaardag van de koning en schrokken van de prijzen die met het dichterbij komen van het hoogseizoen overal bijna verdrievoudigd waren behalve gelukkig in ons favoriete eetstalletje.

Door de vriendelijk, rustige, goudeerlijke, behulpzame en goedlachse mensen voelden we ons vanaf het eerste moment welkom, we maakte ons hele visa vol en bleven bijna een maand. We leerde ‘minguhlaba’, hallo in het Birmees zeggen een woord dat we ontelbare keren gebruikte meestal zaaiend, buigend met de handen bij elkaar of terug roepend van heel ver. Vrolijk werden we van alle nieuwsgierigheid, gingen vaak met de mensen op de foto en aten heerlijke specifiek Birmese maaltijden waarbij we meer bijgerechten kregen dan dat we eten besteld hadden. We kregen regelmatig hapjes in ons mond gestopt om te proeven, meestal lekker, soms apart en dronken liters thee dat overal gratis is. Veel tradities maken Myanmar speciaal maar ook de longi’s, rok achtige doeken, thanakha op de wangen als zonnebrand en kammen in de lange haren als decoratie. Het landschap is schitterend en vooral vol mooie Boeddhistisch tempels, boeddha beelden met flitsende neon halo’s en een enorme hoeveelheid pagode. Voor ons nieuw waren de rode vlekken op de grond, veroorzaakt door spugende mannen. Zij kauwen op in stukken gehakte rouwe betel noot dat in een blad met lijm, ongebluste kalk, kruidnagel, pruimtabak en andere kruiden uit de verschillende stalletjes met ieder hun eigen recept wordt verkocht. Dat hun tanden er naast rood ook van gaan rotten weerhield hun niet ze bloot te lachen naar ons. Men schijnt er opgewekt van te worden wat misschien de vrolijke bevolking verklaard in dit arme land bekend om zijn militaire dictatorschap, langstlopende burgeroorlog, mensenrechtenschending en meer dan 2100 politieke gevangenen die regelmatig gebruikt worden voor bizarre werkzaamheden als menselijke landmijn zoekers. Maar waar ook de bevolking nog steeds gedwongen arbeid verricht onder het mom ‘corvee’ en gewelddadige reacties op vredige demonstraties gewoon zijn. Wij kende het vooral van winnares van de nobelprijs voor de vrede, Aung San Suu Kyi, de dochter van generaal Aung San, een nationale held, die het Burmese National Army voor de onafhankelijkheid opzetten tot hij op 32 jarige leeftijd met 6 anderen in 1947 werd neergeschoten, waarschijnlijk door het militaire regime. Zij is nu voorzitster van de National League for Democracy (NLD) en vecht samen met de bevolking voor democratie. In 1962 nam General Ne Win controle over de gekozen overheid en begon het militaire dictatorshap. Hij isoleerde het land door alle boeken, tijdschriften, tv, radio en later internet te censureren, verbood buitenlandse talen publicaties gaf een maximaal 24 uur visa voor iedereen van buiten en verbood zelfs internationale hulp organisaties. Hij nationaliseerden de meest industrieën en bedrijven, zorgde zo voor enorme werkeloosheid, een geruïneerde economie en dat vele alledaagse zaken alleen nog via de zwarte markt te verkrijgen waren. De ooit grootste rijst exporteur ter wereld kon zichzelf niet meer voeden. Het regime dacht hun dictatorschap veilig te stellen door in 1989 voor de eerste verkiezingen in 30 jaar vele prodemocratische leiders op te pakken en Aung San Suu Kyi onder huisarrest te plaatsen. Het werd alsnog een 72,59% overwinning voor de NLD maar het regime weigerde de macht over te geven, overviel de partij kantoren en pakte nog meer politieke leiders op. Sommige denken dat de verkiezingen een manier waren om de pro democraten zichtbaar te maken en zo te stoppen. Lang was het niet verantwoord naar Birma te gaan maar dingen, zoals de naam naar Myanmar, veranderen. In 2010 werd er een nieuwe president ‘gekozen’, de UN noemde de oneerlijke verkiezingen diep mislukt maar mensen zijn optimistisch en zien het als politieke ruimte die wellicht in de toekomst verbetering kan geven. Tot 2012 waren verkoop en bezit van mobiel, fax en modems gereguleerd, de kosten van een sim kaart 1000 dollar, internet toegankelijk voor maar 0,1% van de mensen en kwam er weinig langs het censuur, nu lopen velen met een smartphone achterin hun longi, is er wifi, zijn er sinds kort zelfs ATM’s en weten jongeren ook hier het internet censuur te omzeilen. In 2011 werd Aung San Suu Kyi haar huisarrest opgeheven, ze heeft nu beperkte vrijheid en moedigt individuele bewuste reizigers aan te komen. We merkten dat de bevolking alles is dat de overheid niet is, ze willen meedoen in de wereld, praten graag en stellen veel vragen. We moesten wel opletten, veel dingen zijn verboden onderwerpen en we wilden mensen niet in de problemen brengen, we leerde veel over mooi en uniek maar helaas ook treurig en ingewikkeld Myanmar. De Moustage Brothers, een komisch duo, die vanwege hun uitspraken vaak in de gevangenis hebben gezeten en nu hun act thuis ‘nadoen’ in het Engels voor mensen die durven komen (bijna alleen maar toeristen) hebber er een mooie grap over. “Komt een Birmees bij de tandarts in Thailand, vraagt de tandarts waarom komt u over de grens voor uw controle? Maar tandarts u weet toch dat we in Birma onze mond niet open mogen doen.”

Wij kunnen niet zomaar overal slapen, hotels hebben een vergunningen nodig om ons buitenlandse toeristen te mogen ontvangen. Dit beperkt onze keuze maar de eigenaren van de weinige niet overheid hotels bleken super vriendelijk en vol informatie hoe we tempels en bezienswaardigheden in konden zonder overheid entree te betalen. Dat geld werd toch maar gebruikt voor het onderhouden van hun rijke villa’s en niet voor de tempels. In Mandalay kregen we zo een schakel brommer mee en slalomde hortend en stotend door de Britse blokken wijken, stonden versteld van de vele monniken en roze nonnen en bekeken de U Bein Bridge, de langste teak houten loopbrug ter wereld. Op blote voeten al kletsend met de Engels oefenende monniken rende we Mandalay Hill op en waren net op tijd voor de zonsondergang. Op de terugweg in het donker kwamen de vele kraampjes waar ze litertjes benzine uit cola flessen verkopen goed uit toen we stil kwamen te staan. Op de fiets verkende we de kleurrijke markten, lachte terug naar felrode lachen in wit bestofte gezichten van de boeddha beelden hakkers, kregen uitleg van de sterke goudvellen slaande mannen, keken mee met de gezellige jade slijpende jongens, kregen enthousiast uitleg bij allerlei voor ons vreemde spelletjes en oefende lachend het roepen van de ober in de theehuizen door het maken van kusgeluidjes. Zij brachten ons thee met zoete gecondenseerde melk in de verhouding half om half die volgens alle Birmese zo het lekkerst is. Bij de mooie teak houten Shwe In Bin Kyaung tempel wilde de busjes dat we voor de gezelligheid bij hen instapte al was het met onze fiets. In Mahamuni Paya mocht Em een goudvelletje op de ondertussen bijna onherkenbaar boeddha plakken en keek ik met de andere vrouwen toe via de tv schermen. Bij de haven vol oude boten in het vuile water zagen we hoe arm het leven voor sommige mensen is. Langs de mini open hutjes op palen waar hele gezinnen wonen liepen we op de vervuilde grond dat er uit zag als een vuilnisbelt en zagen veel zieke mensen en dieren die geen toegang tot medische zorg hebben. We verborgen onze schrik en speelde met de enthousiast zwaaiende kindjes, groette de vriendelijke mensen en knuffelde de vele zielige puppy’s. Vanwege een lekke band sprong ik bij Em achterop de andere fiets mee trekkend, dit had men nog nooit gezien en al zwaaiend naar de wijzende mensen hadden we het gevoel heel Mandalay aan het lachen te maken. We liepen langs de fort muren en het paleis dat met dwangarbeid is herbouwd betaalde de overheid niet en maakte foto’s over de hekjes. We juichten voor de lenige voet volleyende jongens met suikerriet balletjes, een sport ontstaan in Myanmar waar ze heel trots op zijn en bezochten werelds grootste boek dat een team van 2400 monniken non stop bijna 6 maanden kostte om voor te lezen. De Birmese houden wel van lezen zagen we ‘s avonds op de markt waar volwassenen, kinderen en monniken boeken kochten. Maar ook vieze boekjes van de kleine stalletjes met condooms en gekke speeltjes die zodra het donker werd in allerlei hoekjes verschenen.

Met de bus slingerde we rechts met het stuur aan de rechter kant door de groene bergen naar Hsipaw. Als oud Britse kolonie reed men links maar naar aanleiding van een bijgelovige generaal die geloofde dat het gevaar van links kwam werd over nacht het verkeer naar recht verplaatst, niet handig in een land waar geen geld is rechtse auto’s te importeren en je geen rijbewijs of verzekering nodig hebt om te rijden allen lef. Er is een interessant systeem van seinen ontstaan dat vrachtwagens, bussen, mooi versierde lijkenauto’s, fietstaxi’s, paard en wagen, scooters, ossen karren en alle andere voertuigen schijnen te begrijpen en het geeft alle passagiers de taak mee te rijden en te helpen kijken bij het inhalen, ook wij hielpen regelmatig mee bij deze vaak spannende inhaal momenten.

Birma was voor de Britten nooit één, in het noorden wonen veel van de 135 etnische minderheden zo ook veel van de anti overheid legers en administraties als de Shan, Lisu, Wa, Kachin en Palaung die al jaren vechten voor onafhankelijkheid waarbij het gebruik van landmijnen niet wordt geschuwd. Daarnaast gebeuren er veel ‘geheime’ dingen in het dun bevolkte gebied, zo zijn er ongecontroleerde goud, robijn en jade mijnen waar het net als met de milieu regels niet zo nauw genomen wordt met de mensen rechten en Chinezen heroïne spuit galerijen schijnen te runnen. Deze drugs is makkelijk te verkrijgen aangezien Myanmar na Afghanistan de grootste opium exporteur ter wereld is en veel van de velden hier liggen. Een probleem waarvan de overheid de stammen beschuldigd, wij horen echter van de mensen uit de dorpen over de nare gevolgen, hun strijd er tegen en hoe ze zelfs af en toe velden plat branden. Wij weten niet wat waar is in dit op Somalië na corruptste land ter wereld. We weten wel dat deze problemen er voor zorgen dat dit een van de vele verboden gebieden in Myanmar is welke vergunningen vereisen die wij waarschijnlijk nooit krijgen. We zochten een alternatief en samen met Chris en Haley onder begeleiding van Mitch onze jonge gids liepen we 80 km in 3 dagen het noorden in. Dankbaar genoten we van de gastvrijheid in de Shan en Palang dorpen waar we heerlijk aten en bij hen in de mooie houten huizen op palen sliepen. De Palaung dorpen leven van de thee en de dames beginnen om vier uur met het uitleggen ervan door het dorp, wij werden wakker van de heilige duiven die op de speciaal zo voor hen gebouwde daken, met zijn honderden tegelijk van links naar rechts begonnen te lopen en van oma die het licht van het offer aanzetten boven onze matrasjes. Ze had ons denk gewaarschuwd door ons om 8 uur naar bed te sturen en letterlijk om 9 uur in te stoppen. We liepen dan ook vroeg door de thee plantages, voetbalden met de monniken, werden een beetje treurig van de ontbossing en hadden een thee stop bij een man die ons een welkome pauze vond en het maar wat mooi vond met zijn van een blad gerolde sigaret te poseren. We leerde over de verschillende stammen, hun gebruiken, situaties, traditionele kleding en de mannen dat je niet zomaar tegen iedere boom kan plassen aangezien vele heilig zijn. De tweede ochtend werden we wakker van de rustgevende belletjes van de paarden, Chris had het gevoel dat ze binnen stonden, wat bij het ontbijt bleek te kloppen. Uitgezwaaid door het halve dorp liepen we totdat we de Shan rebellen tegen kwamen, na een stiekeme foto bleken de zwaar bewapende jongens net zo nieuwsgierig naar ons als wij naar hen. Ze poseerde en maakte zelfs foto’s, we hopen wel dat ze beter schieten met de geweren dan met de camera aangezien die foto’s niet gelukt zijn. Wij vonden de jongens vooral erg jong maar dat scheen mee te vallen, het overheidsleger staat bekend al vanaf 11 jaar te rekruteren. Vaak onvrijwillig aangezien ze wervingsproblemen hebben zeker na de saffraan revolutie in 2007 waarbij het regime leger en politie dwong op burgers en monniken te schieten op te pakken en te executeren. De kliklijn voor ouders die hun kinderen niet uit school terug zien komen werkt een beetje maar de angst is vaak te groot. Veel jonge stam rebellen lijken zich echter wel vrijwillig aan te sluiten bij hun leger, waarschijnlijk doordat hun propaganda beter is. Ondanks dat iedere dvd en cd een verplichte commercial van de staat bevat waarin de zegening van het leger wordt bezongen, zijn de liedjes met videoclip waarin de soldaten van de rebellen legers helden lijken populairder en kan iedereen ze meezingen. De familie waar wij sliepen heeft als enige in het dorp een TV en hier kijken de kinderen met zijn allen naar de hits. Wij keken wat beduusd naar hen al luisterend naar de verhalen van de mannen over de huidige en soms uitzichtloze situaties tot ons lievelings gerecht klaar was, gefermenteerde theebladeren salade met knapperige nootjes en we maakten de familie blij door te laten zien hoe lekker we het vonden.

De nachtbussen hebben airco en daar is men trots op, met het excuus dat het is om de chauffeur wakker te houden, volgden wij het voorbeeld van de locals en stapte met jas, sjaal en muts op de bus in, pakte de extra dekens aan en hadden zelfs teen sokken gekocht zodat we geen koude voetjes in onze slippers kregen. Dat de chauffeur zelf ook een winterjas met bontkraag aan had gaf ons het idee dat dit de enige reden voor een handel in winterkleding is in dit warme land. Mensen kunnen geen dag werken missen en nachtbussen arriveren daarom rond 4 uur, wij werden er in Nyaungshwe slaperig uit gezet waar een mannetje de entree fee voor het dorp hief. Met tegenzin overhandigde we ons eerste duidelijk zichtbare overheid geld, gaven zoals we eerder leerde van een tuktuk driver onze bevlekte dollarbriefjes in het donker, wat geheel rechtvaardig voelde. Als er ook maar een klein vlekje of vouwtje in een briefje zit worden deze namelijk niet aangenomen. Toch wil men liever dollars dan Birmese Kyat, niet vreemd aangezien de overheid overnacht bank biljetten ongeldig verklaarde waardoor men veel spaargeld verloor en daarna gedwongen werd rekenwonders te worden met biljetten van 45 en 90. De theehuizen zijn gelukkig om 4 uur al open om door nieuwsgierige jonge kinderen wakker gekletst te worden. De grens tussen de helpende kinderen overal en kinderarbeid is vaag, voor ons lastig te ontwijken en we hopen dat ze naast het helpen van de ouders ook naar school gaan. We liepen met de processie rij monniken, een iedere keer weer speciaal gezicht, naar ons hotelletje waar we om zes uur zingend welkom werden geheten, iets wat men in heel Myanmar iedere ochtend lijkt te doen. Tijdens het boottochtje met vrienden bewonderde we de unieke vissers op het Inle Lake, ze balanceren, paddelen met een been en vissen met grote korven. We voeren net als de boot winkeltjes langs dorpen op het water in huizen op lange palen en vruchtbare drijvende tuinen die nooit onderlopen. We kregen uitleg over kleden weven, sigaren rollen, boten bouwen en werden afgezet in een treurig Karen dorp waar we snel vertrokken. Hier worden net als vele van de naar schatting 140.000 Karen vluchtelingen in Thailand, de mooie dames met gouden ringen om hun nek uit de arme bergdorpen gehaald om geld te verdienen in dit soort menselijke dierentuinen voor toeristen. We aten Shan noodles, gele tofu, en speciale salades, alles geknipt met een schaar en met de hand gekneed voor extra smaak, knuffelden arme uitgemergelde mama honden en lieve puppy’s te veel om allemaal eten te geven, fietsten langs de wegen die nog met de hand gemaakt worden, een zwaar beroep gedaan door vooral vrouwen en kinderen en fietste langs de druivenranken Red Hill op voor echte wijn! Dat de mensen goudeerlijk zijn hadden we al gemerkt, maar dat je je telefoon bij een drukke pagoda op de stoep kan laten liggen en meer dan drie uur later zwaaiend ontvangen wordt om hem gewoon terug te krijgen zoals onze vriend deed vonden wij ongelofelijk. Of het komt door het boeddhisme of het strenge regime weten we niet, dat je kunt kiezen na een misdaad voor de gevangenis of monnik worden zou best is kunnen werken en verklaard ook de rokende monniken met stoere zonnebrillen vol tatoeages.

Om vier uur rolde we weer koud uit de nachtbus in Bagan, sprongen in het donker op een fiets en beklommen een pagoda. Langzaam zagen we de zon opkomen en zo ver we konden zien pagoda puntjes verschijnen, hoe lichter het werd hoe mooier. Van de 4400 tempels is nog maar een klein deel overeind maar dat is nog steeds heel veel. De luchtballonnen maakte het geheel nog mooier en we schoten foto’s tot we niet meer konden. We bewonderde de tempels tot de mannen moesten voetballen, het werd Nederland – Duitsland geassisteerd door de jongens totdat Nederland en Duitsland stukken voetjes hadden. We plakte pleisters onder streng toeziend oog van de jongens en zeiden uitgebreid gedag om voor de zonsondergang naar een ‘rustige’ pagode te fietsen met maar één buslading Chinezen. Aung San moedigt individuele reizigers aan te komen maar niet de groepen, van hun geld komt namelijk meer bij de staat dan de bevolking terecht. Toen wij begonnen met selfies voor deze rij enorme camera’s op statieven durfde de nonnen dat ook en gezamenlijk hadden we lol.

Voor heel veel geld, zelfs China die zich nooit ergens mee bemoeid sprak er schande van, is Nay Pyi Taw als nieuwe hoofdstad gebouwd maar op wat verplichte verplaatsingen van overheid en ministeries functioneert Yangon met zijn Britse koloniale gebouwen nog gewoon als hoofdstad. Ons viel snel het gebrek aan scooters op, die zijn naar aanleiding van een aanrijding van een hoge militair verboden, in druk Azië vonden we ze vaak irritant maar die kleine toeterende kamikazes hebben toch wel voordelen. Met onze backpack wurmde we ons door de vol geparkeerde kleine straatjes, aten bij eet stalletjes waar de auto’s bijna je bord uit je hand rijden en de bussen aan je tafeltje stoppen en we bekeken de stad met de bus om vast te staan in de spits die de hele dag lijkt te zijn. De Britten zorgde voor een stroom Chinese en Indiaanse immigranten die als tweede kolonisten handelden, na de onafhankelijkheid zijn velen vertrokken maar hier zijn zeker de Indiaanse invloeden nog heel duidelijk. We bezochten naast de gouden Schwedagon Pagoda, dan ook een moskee, een kerk en een Hindu tempel. In het open treintje reden we door de dorpen om Yangon heen, stapte uit in een dorp waar de gastvrije mensen nog nooit toeristen hadden gezien en wij weer schrokken van de leef situatie zeker toen Emory een baby aangeboden kreeg. We speelden met de kinderen tussen de zwaar bewapende mannen en zwaaide vanuit het treintje tot ze ons al lang niet meer konden zien een beetje treurig om de situatie maar toch ook blij dat we zo veel mensen aan het lachen kregen alleen door ergens te zijn.

In de trein naar Bago leerde we van een jonge dame dat haar Universiteit sinds kort pas weer volledig open is en dat veel scholen veel langer gesloten zijn geweest dan wij dachten. Het regime vertrouwde de studenten niet en stuurde zelfs de docenten op verplichte cursussen, nu bestaat veel onderwijs vooral uit incorrecte geschiedenis boekjes, aangepast door het regime, gebrek aan informatie, na de lange afsluiting van het land, een gebrek aan docenten, vanwege de angst en een verouderd onderwijssysteem, waar grote klassen met soms wel honderd leerlingen rijtjes dreunen. Wij hoorde het overal uit de open ramen komen en lazen dat 4,3% aan onderwijs besteed wordt, meer dan de 1,3% aan gezondheidzorg maar beiden weinig naast de 23,7% voor defensie. De mannen in het theehuis voerde mij hun eten en dat van hun buurman lekker met dezelfde lepel, de dames van het hotel tekende een kaart met alle zijingangen om overheid geld te ontduiken en een jongen leende ons zijn scooter gewoon met zijn geld er in. Nog onder de indruk van het vertrouwen waren we nog meer onder de indruk van de 76 meter lange boeddha en 118 jaar oude enorme slang waarvan we gelijk geloofden dat hij iedere 10 dagen 11 kippen eet.

Mawlamyine is een grote teak hout export port, Myanmar heeft de beste kwaliteit teak hout ter wereld, het geld dat hierin omgaat komt helaas vooral in de corrupte zakken van de overheid en de grens mannen terecht en niet bij de bevolking. Daarom zijn er internationale sancties en mogen wij niet van Myanmar afnemen, toch wordt 90% van dit teak hout gekocht door het westen vaak via China, Thailand en Vietnam, met de grootste afnemer Nederland voor de schepen waar teak, ondanks goede alternatieven een statussymbool blijft. We aten bij het Help grandfather and mother restaurant voor het goede doel, gingen met de fiets op de pont naar Bilu Kyun Oger island waar we zwommen, leerden over rubber en traditionele hoeden maken en sloten af in de smalle straatjes op zoek naar ijsjes geleid door de kinderen.

Met een bootje voeren we naar Hpa An in de grotendeels voor ons gesloten Kayin state, waar de Karen al vanaf 1948 voor hun onafhankelijkheid vechten. Met zijn elven lieten we ons met de TukTuk langs grotten, tempels en boeddha’s rijden sprongen geheel gekleed in het water met de locals, proefde palmwijn, zagen enorme spinnen, ondeugende apen en miljoenen vleermuizen bij zonsondergang uit de grot vliegen en sommige opgegeten worden door de valken. Al genietend van Myanmar bier en zelf gemaakte avocado salade met verse producten van de markt, waarvan de meeste cadeautjes waren van de markt dames omdat het voor ons grote feest was, vierden we met zijn allen kerst kijkend naar het schitterende uitzicht vanaf het balkon.

Nog verliefder op Myanmar dan we al waren vertrokken we één dag voor ons visa verliep. Met tegenzin staken we de vriendschap brug over naar Mae Sot in Thailand. Naast deze brug steken Birmese dagelijks met rubber banden over om geld te verdienen in Thailand waar de uitbuiting van de vooral illegale werknemers een bijna normaal fenomeen is. Velen zijn werkzaam in de kledingindustrie waar Made in Thailand goed is maar geen rekening gehouden wordt met dit grijze gebied waar ze 1,5 tot 2 dollar per dag verdienen, nog geen kwart van het Thaise minimum loon, tegen veel te veel uren en in slechte arbeidsomstandigheden. In de naaiateliers alleen zijn naar schatting 100.000 gastarbeiders aan het werk, die bij een ongeval zo vervangen zijn en zonder hulp met hun verwondingen zitten. Andere problemen zijn de alom vertegenwoordigde maffia, bedreiging, afpersing, geweld, mensenhandel en kinderarbeid, in de vele karaoke bars waar veel jonge dames werken wordt zeker niet alleen gezongen door de mannen en hele families wonen op de vuilnisbelt. Gelukkig zien we veel hulp projecten, vrijwilligers en de gratis Mae Tao kliniek die er helaas wel voor zorgt dat de Thaise overheid helemaal niets meer doet. Voor ons was het een interessante plaats waar we op de markten alle talen spraken met de mensen en naast veel kleding de mix van mensen met longi’s, hoofddoeken en Thaise broeken bekeken. Zo namen wij langzaam afscheid van het voor ons fijne speciale Myanmar waar we hopen dat sommige dingen als de longi’s, de thanakha en de fijne bevolking nooit veranderen maar dat voor hen de toekomst positieve veranderingen en vooral vrijheid brengt.

Klick here if you want to tell us something, give comments, ask questions use photos or need travel tips!