Interested in our photos or need travel information? Just contact us!

Uganda

Van Cairo naar Kaapstad, in 10 maanden, met openbaar vervoer.
augustus 2013 tot en met mei 2014

In de afgelopen tien maanden zijn zo veel nieuwe indrukken vertrouwd geworden, zo veel spannende dingen leuk, zo veel vreemde gewoonten mooi, zo veel ongemakkelijke zaken gewoon en zo veel onbekende mensen vrienden.

Dag Afrika, voor nu!

From Cairo to Cape, in 10 months, by all means possible.
August 2013 to May 2014

The past ten months so many new impressions became familiar, so many scary things fun, so many strange habits beautiful, so many uncomfortable things normal and so many unknown people friends.

Bye Africa, for now!

 

 

 

Beschrijving

05 oktober 2013 tot en met 26 oktober 2013
Jinja-Sipi falls-Mbale-Kampala-Entebbe-Fort Portal-Mbarara-Kabale

Het vijfde land zit er op! Oeganda is mooi, uitdagend, sportief en spannend. We dachten er in twee weken door heen te reizen, maar er was zo veel te doen dat we er drie weken over gedaan hebben.

We kwamen ’s avonds de grens over, daar bleek Jinja nog levendig. Een heel verschil met Kenia waar het na het donker snel leeg is op straat. Negen kilometer buiten het dorp was een backpackers camp met mooi uitzicht over de Nijl, onze eigen tent, een bar, veel drank en leuke mede reizigers. De vele, muzungu roepende, enthousiast zwaaiende kindjes op de ritten tussen Jinja en het kamp maakte dat we ons een beetje koning en koningin voelde. De zo mooie en kalme Nijl waar we op uit keken bleek een heel andere kant te hebben. Dit werd duidelijk tijdens een (voor mij verplicht) dagje raften, nooit gedacht dat je op één dag meerdere keren kunt verdrinken. Je wordt trouwens helemaal niet ziek van het drinken van Nijl water. Bij een stalletje in Jinja ontdekten we ons nieuwe goedkope lievelings ontbijt, rolex, een chapati met ei en avocado. Bij dit stalletje ontmoeten we een jongetje die ons zijn dorp wilde laten zien. Na de eerste vier voor ons onbekende planten en bomen begon hij toch wel te gniffelen. Dat wij niet alle verschillende planten kende vond hij gek, toen we vertelde dat we vele niet hebben in Nederland keek hij ons met grote ogen vol medelijden aan.

In Sipi Falls sliepen we in een Banda zonder stroom, maar met “bucket shower“, dit is een zak met een douchekop waaronder je kunt douchen. Detail, het moet wel eerst geregend hebben om de bucket te vullen. Hier hebben we tussen de regenbuien door (ja we konden veel douchen) voor het eerst buiten geklommen, dit viel vies tegen! Maar wat een uitzicht over de vallei en alle drie de watervallen. Na deze paar uur klimmen hebben we nog een paar uur gehiked naar deze watervallen, Emory gaat het bijna leuk vinden.

Vervoer naar Mbale is sporadisch, dus hebben we onze backpacks achterop een open truc gegooid en mee gelift. We hadden een mooi uitzicht van bovenop de ijzeren stangen, maar dit werd vermoeiend. Gelukkig mochten we ook gewoon op de zakken in de truc zitten. We weten nu dat bananen niet zo lekker zitten, mais gaat wel en uien zitten het fijnst. Tijdens deze rit hadden we het overigens te druk ons zorgen te maken over de zit plek. Naast het zwaaien naar alle kindjes, die al wijzend, vol verbazing hun vriendjes riepen om naar de gekke muzungu’s te kijken, moesten we politieagenten omkopen en veel vragen van de medelifters beantwoorden. Die vonden het overigens heel vreemd dat Nederland maar één stam heeft en teleurstellend dat we niet een muzungu vrouw voor ze konden kopen.

In Mbale sliepen we in een hotel met Indiaanse eigenaren, deze hadden gelukkig niet vergeten ook een restaurant op te zetten waar wij heerlijke curries hebben gegeten. Ook hebben we ons een avond te goed gedaan aan bijna al het verschillende eten van de stalletjes en onze eigen maaltijd samengesteld met Hollandse mayo!

Kampala is een drukke stad, héél héél héél veel matatu busjes proberen tussen de vele grote bussen en auto’s door de stad in en uit te rijden. Nog meer boda boda’s proberen weer tussen deze matatus door te rijden, en daar weer tussendoor schieten de fietstaxi’s. Het ontbreken van parkeerplaatsen, oversteekplaatsen en de zelf ontstane bus, matatu en boda stands helpen ook niet echt. Daarnaast is het fenomeen stoep, een af en toe ontstane ophoging langs de weg met hier een daar een steen, veel gaten (nee geen kuilen, gewoon gaten van een meter of  meer), open riool en veel, heel veel kleden met mensen die spullen verkopen. Koninginnedag in Amsterdam is er niets bij. Wij hebben dan ook een paar mooie blauwe knieën van achterop de boda boda’s overgehouden.

In de kledingverkoop lijkt het trouwens ook iedere dag Koninginnedag. Alle westerse Zak van Max, Humanitas en Unicef kleding wordt hier verkocht. Dus ooit iets in de bak gegooid en nu spijt? Stuur een foto en we gaan op zoek. Wel fijn is dat het verdeeld is per kraampje, de een heeft sokken de ander korte broeken en weer een ander colbertjes. Wij vragen ons af wie dit zo mooi sorteert en aan de verkopers verkoopt. Ook in de dure malls is er bijna alleen maar tweede hands kleding. Deze malls zijn een ontmoetingsplek voor de vele verschillende Muzungu’s die hier vrijwilligerswerk doen of een onderzoek scriptie schrijven vanuit de Coffy bean. Veel winkels, hotels en restaurants zijn in handen van Indiërs, de Chinese gevangenen leggen kilometers asfalt en de Japanse zakenmannen drijven handel. Al deze invloeden zorgen voor een groter aanbod in spullen dan in de vorige Afrikaanse landen. Wij werden heel blij van de grote boekenwinkel met een hele boekenkast vol Lonely Planets. We zijn eindelijk klaar met het downloaden per hoofdstuk op Afrikaans langzaam internet, het printen op printers met lege cartridges (als je per 3 printjes even de toner schud kan het nog best) en onleesbare kaarten waar we de nummertjes van uit ons hoofd leerden om het goede guesthouse te vinden. Ook konden we hier eindelijk dollars kopen, gewoon in een kantoor bij de bank, niet achteraf op een markt, bij een meneer met hele grote zakken vol enorme stapels en grote omreken verschillen. Dat het nog niet helemaal westers is merkte wij aan de beveiliging met grote wapens door de hele stad. Overal moet je door een detectiepoort, wordt je met een detectieapparaatje gescand en wordt er in je tas gekeken. Wel grappig is dat er nadat het detectieapparaat afgaat er alleen naar je gelachten wordt en je gewoon door mag lopen.

Voor de volgende bestemming moesten we naar de drukke bus en matatu stand. Daar werden we door 20, al muzungu roepende, mannen letterlijk busjes in geduwd. Gek trouwens dat alle Afrikanen ons muzungu mogen noemen, wat letterlijk blanke betekent en in Nederland de zwarte pieten worden afgeschaft. Gelukkig hebben ze hier niet alleen matatu’s maar ook grote bussen, zowaar met vertrektijden. Dat is fijn dachten wij, helaas, ook de bus wacht met vertrekken tot die vol is, wat met 50 zitplaatsen net iets langer duurt dan de benodigde 20 man voor een 14 personen busje. Met pijn in de billen al voordat we vertrokken, bleek dat de bus ook nog is veel vaker stopt om mensen in en uit te laten stappen. Tijdens het 2,5 uur wachten op het vullen van de bus, kun je gelukkig wel winkelen en lunchen. Continu lopen er minimaal 12 verkopers door de bus gang heen en weer met chapati, ei, cake, complete maaltijden op een bord, geroosterde banaan, yams en nog veel meer. Mocht je nog iets nodig hebben, alles van dvd’s, schoenen, horloges, boeken, radio’s, haarstukjes, megafoons en zelfs zonnepanelen wordt verkocht. Best een leuk tafereel om te zien. Em vond het overigens net ietsies te lang duren in de Afrikaans hitten, met de Afrikaans verkopers billen tegen zijn gezicht, tussen de uitlaatgassen van de andere 50 bussen. Als je namelijk je motor aan zet, lijkt het net alsof je bijna weg gaat en dan kopen mensen jouw buskaartje. Na meer dan twee uur wachten tussen alle bussen met deze zelfde tactiek denken wij niet dat het werkt.

Entebbe was gelukkig weer iets rustiger, een mooi dorp waar we het Wildlife Education Center hebben gesteund met een bezoek. We hadden er een heerlijke slaapplaats, met Hello kitty stapelbed, grote loungebanken in de tuin, Wi-Fi en Bulgaarse vrienden. Deze oudere, wat grotere mannen waren niet zo knap, maar hadden waarschijnlijk iets anders positief, ze hadden namelijk iedere avond bezoek van steeds verschillende knappe, jonge Oegandese dames. Wij steunen de economie van Oeganda liever in een andere zakelijke tak en zijn maar lokaal gaan eten bij twee dames die ons alles hebben laten eten wat de lokale keuken te bieden heeft.

Vanuit Fort Portal zijn we gaan chimpansees trekken. Tevoren werden we gewaarschuwd, je moet eerst uren lang hiken door het regenwoud om ze te vinden. Dat is als we ze überhaupt zouden vinden, er is altijd een kans dat je ze niet vindt. Gelukkig is hiken ondertussen Emory zijn favoriete hobby en gingen we er voor. Al binnen 10 minuten hoorde we de eerste chimp geluiden en ontpopte Emory zich tot heuse chimpspotter. Hij zag de eerste wilde chimp eerder dan de guide, zo stonden we binnen het kwartier op 2 meter afstand van de Alfa man en werden we omringd door verschillende chimps. Dit was heel bijzonder. Na het uitbreken van een relletje met de Redtail monkeys begonnen de chimps al schreeuwend en op de bomen bonzend te rennen. Het met ze mee rennen door het dichte regenwoud was misschien nog wel bijzonderder. We hebben heel veel mooie momenten gehad, met chimps voor ons op de grond, dichtbij op de takken en in bomen spelend. Het zijn er nooit genoeg en helaas moesten we uiteindelijk het woud verlaten.

Via Mbarare zijn we naar onze laatste stop Kabale gegaan. Daar sliepen we in een museum/galerie/bar/lounge/restaurant/artwinkel/hostel, het had alles zou je denken, op electra en water na dan. Op de boda boda gewapend met twee ananassen zijn we met onze nieuwe Duitse vriendin Christina naar Lake Bunyoni gegaan om bij gebrek aan douche maar in het meer te zwemmen. Het boottochtje langs de verschillende eilanden was een mooie ontspannen afsluiter.

Klik hier, wij vinden reacties leuk!