Interested in our photos or need travel information? Just contact us!

Sri Lanka

Land 30

06 mei 2015 tot en met 03 juni 2015

Colombo-Mt Lavinia-Mirissa-Galle-Deniyaya-Haputale-Ella–Dalhousie-Kandy -Arugam Bay-Pottuvil-Kalmunai-Batticaloa-Uppuveli-Trincomalee-Negombo

Beschrijving

Click here if you want to tell us something, give comments, ask questions use photos or need travel tips!

Het eiland Sri Lanka met meer dan 2000 jaar cultuur heeft oude steden, mysterieuze mangroves, serene tempels, groene regenwouden, safari parken, verkoelende watervallen, indrukwekkende bergen, mooie lagunes, witte stranden, helderblauwe zeeën, ontelbare palmbomen, oneindig veel theeplantages en super vriendelijke mensen.

In Pattey, een van de leuke buurten van Colombo, met zijn vele Indiaanse bewoners, ongelijke straten, drukte en chaos leek het nog een klein beetje op India. We wende snel aan de verder vrij rustige grote stad met koloniale charme en zelfs oud Nederlandse invloeden. Door de ligging is Sri Lanka al vanaf de 5e eeuw een handels plaats tussen Azië, India en het westen. In de 8e eeuw kwamen de Arabieren, in 1505 de Portugezen, in 1602 de Hollanders en in 1815 de Britten. Van deze handelaren, reizigers, immigranten, veroveraars en missionarissen bleven er velen hangen, ze trouwden gemixt, bekeerde, bekeerd terug en maken zo een interessante geschiedenis met een blijvend debat wie de eerste waren.
Dat het eiland enorm vruchtbaar is en alles er lijkt te groeien is te zien op de markten, die naast vooral bananen vol liggen met mooi gestapelde groenten en fruit. De Sri Lankaanse keuken is dan ook heerlijk apart, we ontbeten met stringhoppers, dunnen noedels met dal en dineerde met kottu, een op een ijzeren plaat gehakt roti gerecht dat veel herrie maakt. Maar de rice en curry lunches met veel kleine gerechtjes en de vaak pittige jackfruit curry, de lokale trots waren het lekkerst.
We liepen, pakte de efficiënte lokale bussen, gezellige tuktuks en scooterde door alle delen van de stad. Met een Sri Lankaans vriendinnetje kochten we Saries in de winkels vol kleurrijke stoffen en bekeken nog één kleurrijke Hindoe tempel om India af te leren. De speciale Pettah moskee met zijn rood witte strepen en de kerken vol grote veel best lugubere beelden waren een welkome verandering.
Van de zichtbaar gelijkere verhoudingen tussen mannen en vrouw werden wij na Inda blij. Sri Lanka had zelfs als eerste stemrechten voor de vrouwen, de eerste vrouwelijke prime minister maar daarentegen ook de eerste vrouwelijke zelfmoord bommer. Ook werden waren we blij verrast over de goede wegen, straatverlichting, boetiek hotels, hippe kleding, sjieken restaurants, een grote boulevard, luxe malls en dure auto’s. De verhoudingen tussen de twee hoofd bevolking groepen, de Sinalezen en Tamils was lang niet goed, sinds kort is er vrede en het land en vooral Colombo groeit snel. Het oude Nederlandse ziekenhuis is nu een fancy winkelcomplex waar hippe jonge Sinalezen en Tamils gezamenlijk drankjes drinken.

De boetiek hotelletjes bij Mt Lavinia, de badplaats van Colombo, waren schattig en de oude Engelse treinen die letterlijk over het strand rijden grappig. Met die open treintjes tufte wij, geholpen door behulpzame mensen, van het ene schattige stationnetje naar het andere door drukke steden, langs schitterende stranden en landschappen met ontelbare tinten groene bossen, wouden, savanne, en theevelden.

In Mirissa dronken we, wat drankjes in happy hour, beïnvloed door Bredase Sidney en met zijn Japanse vriendinnetje Mayumi en Australisch/Sri Lankaanse Swarna, deden we zelfs een pubcrawl over het strand en gingen op zoek naar het grootste zoogdier ter wereld, de Blauwe vinvis. Al zoekend voeren we langs honderden dolfijnen die om en onder onze boot zwommen. Na wat super hoge indrukwekkende spinners gezien te hebben van de tuimelaars was het uitje eigenlijk al geslaagd maar op aanwijzen van de vissers in mini bootjes vonden we ook een enorme blauwe vinvis. In drie delen zagen we het kolos boven komen om adem te halen. We volgden zijn lange rug en bij zijn laatste grote adem teug zagen wij zijn staart als in slow motion uit het water komen en langzaam met hem de diepte van de zee in verdwijnen. Uitgeput van alle opwinding en van de Thaise reispilletjes vielen we alle vijf op het deinen van de zee in onze zwemvesten in slaap.

Paralel aan de zee scooterde we naar het Galle fort door leuke dorpjes, langs de grote witte Rumassala vredes pagoda en de specifiek voor Sri Lanka vissers op stokken die in het water hun vangst met houten hengeltjes binnen halen. Galle heeft een leuk nieuw en een mooi oud deel, met net zulke mooie oude mensjes die ons over vroeger en de Nederlandse invloeden vertelden. De Nederlanders die net als de Portugezen de handel wilde domineren, hebben kanalen, straten en Hollandse koloniale gebouwen gebouwd die best mooi zijn in de tropische setting. Veel van die oude mannetjes zijn heel ijdel en de ‘comb over’ is nog helemaal hip, regelmatig zagen we het kammetje uit de borstzak komen om de zijkant haren over het kale knikkertje te plakken.
De 2004 tsunami kwam hard aan in nieuw Galle maar de in 1669 gebouwde fort muren beperkte de schade in het oude deel. Naast het wet systeem werkt het 18e eeuwse storm riool systeem ook nog, wat er voor zorgde dat het fort snel leeg liep. Wij waaide uit op de fort muren, bekeken de vuurtoren, maakte een foto van de oude gate met VOC logo, kletste met de verzorger van de Dutch Reformed church, lazen het oude Nederlands op de grafstenen en hingen met de zwemmende locals op een schattig strandje. We leerden dat de Fransen Nederland overnamen in 1974 en wij daarna Sri Lanka ruilde voor Britse bescherming, die de Nederlandse koffie en rubber vervingen voor thee. De kolonisten noemde Sri Lanka Ceylon, het land van de Lankanen een naam die wij nu associëren met thee. We sloten af met wat kunst en antiek galerijen en een gerestaureerd oud Nederlands huis met een privé verzameling van voornamelijk Nederlandse spullen wat ons, na zo veel maanden van huis, heel enthousiast maakte tot grote vreugde van de man die het allemaal liet zien.

Door het indrukwekkende berglandschap slalomde we naar het Sinharaja regenwoud bij Deniyaya. Met Robert de lokale gids gingen we langs wat families waar we bij de één een kokosnoot te drinken kregen en bij de ander het sap van de Kitul palm proefde. Hij liet ons alles zien, voelen, ruiken en proeven, we koelden af onder een waterval, deelde onze lunch met de vissen en de hond die de hele dag met ons mee liep, regende zoals dat hoort in een regenwoud zeik nat, zagen reuze eekhoorns en een groene viper slang die Em minder eng vond dan de bloedzuigers waar hij tot ons groot vermaak helemaal paranoia van werd. Waar we beide op een grappige manier ook para van werden waren de bakkertjes, de hele dag rijden overal in Sri Lanka tuktuks vol broodjes door de straten die net als de ijscoman zichzelf met een irritant deuntje aan kondigen. Het Für Elise deuntje associëren wij nu met warme broodjes.

Tussen de mistbanken door, in de bergen van Haputale hadden we kilometers ver uitzicht. In het stoffige dorpje met leuke mensen en lekker eten werd ik 32 en genoot van taart op bed.

In Ella, een schattig toeristen dorpje met waterval, speciale grote steen en mooi uitzicht wandelde we tussen de thee plukkende Tamil families gebracht door de Engelse uit zuid India om op de plantages te werken. Hun komst en de verplaatsing van groeperingen tijdens de kolonisatie zorgde voor spanningen. De Sinalezen in het zuiden zijn boeddhistisch en buiten dat de Tamils in het noorden Hindoeïstisch zijn is hun cultuur, taal, eten en zelfs kleding anders. De Sinalezen zijn bang voor een overname van de Hindoes en de Boeddhistische overheid doet veel ten gunste van de Sinalezen.
In 1981 branden Sinalezen de Jaffna bibliotheek af, het culturele en religieuze centrum van de Tamils. Dit werd gezien als zo een gewelddadige aanval dat twee jaar later de oorlog daar begon en jarenlang het centrum geweld bleef. De Liberation Tigers of Tamil Eelam (LTTE) bij ons bekend als de Tamil Tigers, de Sri Lankan Militairy (SLM), de Tamil guerrilla’s, Sri Lankan Army (SLA) en een vredes missie vochten voor controle. De halve bevolking emigreerde en in 1990 dwong de LTTE alle Sinalezen en Moslims te vertrekken met eindeloze bombardementen en blokkades. Hierdoor waren goederen heel duur en benzine twintig keer de marktprijs, een reden waarom er tot op de dag van vandaag veel gefietst wordt. In 1995 nam de SLA het over, in 2002 werden er akkoorden getekend, van 2006 tot 2009 was er nog wat geweld maar daarna was het rustig. Nu wordt er gebouwd aan infrastructuur en communicatie, de schade is nog zichtbaar, militairen en Tamils discussiëren nog over land en controle, maar we begrijpen van de locals dat niemand meer weer vechten en het langzaam beter wordt.
De UN beschuldigd alle partijen van mensen rechten schendingen. Dat in de oorlog en vooral de laatste maanden alle kanten zich daaraan schuldig hebben gemaakt is algemeen erkent. De SLM vermoorden 40.000 Tamil burgers in zijn laatste zetje naar de overwinning, ze werden op een stuk strand gezet en gebombardeerd van alle kanten.
De LTTE bood de overheid een staakt het vuren maar de SLM was zo dichtbij hun doel dat het werd afgedaan. Uiteindelijk drong LTTE de SLM binnen om de Tamils naar veilige delen te krijgen. Waarop ze de SLM blokkeerde vele van hen vermoorden en vluchtelingen rapporteerden zelfs dat de overheid mensen vermoorden die zich overgaven. Toen de SLM een maand later de laatste honderden LTTE vechters omsingelde legde die hun wapens neer en de strijd was na 26 jaar eindelijk over.
President Mahinda Rajapaksa ontkent dit echter en vocht jaren tegen officiële onderzoeken. Naar hem zijn ook beschuldigingen van onder andere macht misbruik en mensenrechten schendingen. Sinds 9 januari 2015 is Maithripala Sirisena de nieuwe president, wij horen er voornamelijk positieve verhalen over. Hij voert een anti corruptie beleid en zou zelfs binnen uren van kleine onenigheden met zijn helikopter de problemen met de families uitpraten. Wel hoorden we van het oude echtpaar in Galle dat ze bang zijn voor meer Islamitische macht. Wij hopen dat het beter wordt voor de sterke mensen, die ons overal met een vriendelijkheid en blijheid ontvangen hebben waar we verbaasd over zijn na zo veel jaren ellende.

In Dalhousie beklommen we Adam’s peak om het uitzicht met zonsopgang te bewonderen. Beloofd werd ‘The sun casts a perfect shadow of the peak onto misty clouds with a view off 65km all the way to Colombo.’ Om 2 uur ‘s nachts stonden we er voor op en beklommen de 5232 treden in het pikken donker en de stromende regen. Boven stonden we midden in de beloofde misty clouds en keken rillend van de kou als verzopen katjes naar de regen en een dichte tempel.
De berg is bekend als Adams peak, de plaats waar Adam zijn eerste voet op aarde zette na uit het paradijs gezet te zijn, maar ook als Sri Pada waar Boeddha zijn heilige voetprint achter liet toen hij naar het paradijs ging en als Samanalakande vlinder berg, de plek waar vlinders sterven. Net als veel heilige plaatsen in Sri Lanka aanbidden veel pelgrims van verschillende geloven dezelfde plaatsen. De Arabieren namen de Islam mee, vanuit India kwam het Hindoeïsme binnen, de Portugezen namen de kust over en dwongen het Christendom op en het Boeddhisme wordt niet alleen gezien als religie maar ook als een levenswijzen. Veel Katholieken bidden echter ook voor Hindoe goden en alle geloven aanbidden Boeddha. Sommige huizen hebben Hindoe god Shiva naast Jezus hangen en voeren hindoe rituelen in de kerken die vaak in een Indiaanse stijl enorme lugubere Jezus beelden hebben. We zagen dames die een sarie en boerka tegelijk droegen, en vonden het mixen van geloven soms wat verwarrend maar wel iets moois hebben.

Naar Kandy gingen we voor The Temple of the Sacred Tooth relic, waar de tand van Boeddha bewaard wordt. De legende zegt dat van Boeddha’s verbranding stapel in 543BC één tand werd gevonden. Zijn disciple Khema gaf die aan Koning Brahmadatte waarna men geloofde dat alleen degene die de tand bezat het recht had het land te besturen. Er is zelfs een oorlog over gevoerd waarna de tand naar Sri Lanka werd gebracht. Toen de Portugezen de kust over namen en het Christendom op drongen met vernielen van tempels en massamoorden vluchten men bang voor de kolonisering, en een monnik stelde de tand veilig door ook die mee te nemen naar Kandy dat zo de beschermer van het boeddhisme werd.
Iedere dag wordt deze tand een paar minuten laten zien, Em schrok van spanning zo van de trommels die dit aankondigde dat hij een meter de lucht in sprong. Met de normaal zo vriendelijk rustige boeddhisten duwde we ons een weg om een glimp op te vangen van een gouden dagoba, waar de tand in zit. De tempel, herbouwd na de bombardementen door de LTTE in 1998 met zijn gouden dak in de groene heuvelachtige omgeving is schitterend en dat iedereen in het wit naar de tempels gaat maakt het nog mooier. Iemand zei ons er is ‘an elephant in the room’, en warempel stonden we oog in oog met Rajah de Maligawa tusker die in 1988 overleed. Met zijn zessen liepen we om het meer en door het gezellige centrum om onder veel sterren een biertje te drinken.

We lieten onze vrienden achter en gingen ‘even’ heen en weer naar Colombo, in één dag en nacht waren we weer aan de andere kant van het land voor de computer die ons in de steek liet. We maakte er het beste van, genoten van weer een mooie treinrit en aten snackjes in de bus uit zakjes van oud huiswerk, wat wij de leukste recycling vinden.

De oost kust is net uit de oorlog en nu al vol toeristen. Wij begrijpen wel waarom, het strand van Arugam Bay is mooi en we vermaakte ons door naar de surfers te kijken. Met Sidney en Mayumi overwogen we de financiële risico’s van het huren van een plank en vonden het te risicovol. In plaats daar van huurde we scooters en reden op zijn Hollands goedkoop naar de ingang van Kumana National Park. We scooterde langs kilometers strand, Savannah landschap, mangroven en de lagune bij Pottuvil een mooi ecosysteem met grote hagedissen, pauwen, apen met zwarte gezichtjes, zeldzame zwarte nek reiger, krokodillen en olifanten.
Olifanten zijn speciaal in Sri Lanka en ze doden is strafbaar, ze worden soms nog wel ingezet om te werken en in optochten maar dat wordt gelukkig ieder jaar minder. De Engelse met hun grote wild jagen zorgde voor een sterke vermindering van olifanten, nu is het mens olifant conflict lastig. De leefruimte voor de olifanten wordt steeds kleiner waardoor ze sneller op de velden en in de dorpen van de mensen terecht komen en schade aanrichten. De boeren willen de olifanten daarom niet, wij begrijpen dan de verhalen van boeren die hekken weg halen om illegaal hun vee in de parken te laten grazen en die geld verdienen met het verkopen van fruit aan toeristen om ze te voeren niet.
Dat de olifanten buiten de parken komen zagen wij aan de olifanten poep die overal ligt, maar drie Indian wobbelende hoofdjes in een truck vertelde ons dat het veilig was. De grote mannetjes olifant stond op veilige afstand in een open veld, de hertjes en vogeltjes waren mooi, de wilde buffels indrukwekkend en de tweede olifant op 2,5 meter best groot in vergelijking met onze scootertjes. Vol adrenaline reden we van het park af en dachten de spanning gehad te hebben tot we moeder en kind zagen, ze waren net zo dicht bij maar achter een dun elektra draadje (niet dat het ze tegen houdt) maar daarom iets minder spannend. Uitgelaten terug op de scooter bedachten we dat zo een klein eiland indrukwekkend veel natuur heeft en dat we er gewoon de twee grootste dieren, die van de zee en het land gezien hebben.

Uppuveli was het leukste strand waar we sliepen in een schattig hutje (ok toegegeven een hot box) maar het stond op het strand dus 2 seconde van de zee. Een van de weinige plaatsen waar de vloed lijn van 100 meter gehandhaafd wordt, toeristen en wij willen liefst allemaal op het strand slapen maar door de bebouwing en water gebruik verdwijnt strand in de zee.
We kochten Lion bier en Arrack, een soort rum gemaakt van kokosnoot of de kitul palm uiteraard weer beïnvloed door Bredase Sidney. Niet de lokaal gestookte omdat het alcohol percentage in sommige flessen je wel is blind zouden kunnen maken. Maar ook die uit de winkel bleken niet helemaal consequent, van de ene fles voelde we niets en stonden we alleen stijf van de cola en van de andere fles waren we na één glas teut.
We aten drie keer per dag in het dorp bij een moeder met haar twee kinderen en gezellige broer waarmee we hun situatie
bespraken. Die is ongewoon voor Sri Lanka, zijn zus had haar agressieve man de deur uit gezet en hij was al 27ste nog niet getrouwd en had dus nog geen kinderen. Wij legde uit dat dit heel normaal is in Europa en wij daar niets van vinden, behalve dat we zijn zus heel stoer vinden. Hierdoor werden wij zijn beste vrienden en bespraken Sri Lanka, de nieuwe president, de jaren van oorlog, de snelle toeristen groei en de tsunami. De tsunami van 26 dec 2004 met soms meer dan 30 m hoge golven zo ver als de oost Afrikaanse kust, doden meer dan 225.000 mensen in 14 landen. De meeste hulp ging naar de voor het westen bekende Thailand maar ook Sri Lanka werd hard geraakt met meer dan 30.000 doden en nog veel meer gewonden en daklozen of wezen. De arme regio had van de oorlog al veel te verduren en in het vissers dorp dat het toen nog was raakte men door de tsunami bijna alles kwijt. Van sommige gebouwen staan de kapotte geraamtes nog als herinnering te wachten tot men genoeg geld heeft om het weer op te bouwen. De snelle toerisme groei helpt vele in het dorp en ondanks de milieu problemen die dit geeft verwelkomen de mensen ze met open armen.

Wij slenteren een dagje door Trincomalee, langs Fort Frederick gebouwd door de Portugezen, herbouwd door de Nederlanders, overgenomen door de Britten tot de onafhankelijk in 1984 en nu vol kanonnen en Sri Lankaanse militairen die ons vriendelijk gedag knikte tijdens het marcheren. We zagen de sporen van de oorlog en waren onder de indruk van de grote haven. We bezochten de Gokana Tempel vol boeddha beelden en de kleurrijke Hindoe Kandasamy Kovil tempel met enorme Shiva standbeeld dat het eiland beschermd tegen natuur rampen. Speurden tevergeefs de zee af op zoek naar dolfijnen en walvissen maar maakte wel vriendjes met de Bambi’s die tussen alle zware wapens door huppelen.

Negombo heeft oude Nederlandse kanalen die ook hier net zo vol liggen met bootjes als de Amsterdamse grachten. Wij pikte het stadje in1640 van de Portugezen verloren het, veroverde het in 1944 opnieuw tot de Engelse het in 1796 overnamen. Toch gek dat je een vreemd land met bewoners kon veroveren van andere veroveraars. Het Nederlandse fort is nu een gevangenis en zo graag als er iets voor stelen wilde we het ook weer niet zien dus liepen we er omheen en bekeken een potje cricket tussen de vissers en tuktuk mannen. De vele kerken hielden hun missen buiten aan het strand in een briesje en vislucht die niet alleen op de gezellige vismarkt maar in het hele dorp leek te hangen. Wij woonde een stukje mis bij, genietend van de hard roepende opzwepende priesters die zwaar gebarend hun verhaal deden naar de gezellig drukke menigte.

Heerlijk vonden we Sri Lanka en diens fijne, rustige, eerlijke mensen, ze gaven ons een welkom vakantie gevoel na drie maanden India en het vooruitzicht op corrupt Indonesië. Maar met een grote glimlach over onze fijne tijd in Sri Lanka konden we het aan en vlogen vol goede moed naar Medan op Sumatra.

Klik hier om iets tegen ons te zeggen, we horen graag van jullie!