Interested in our photos or need travel information? Just contact us!

Tanzania

Van Cairo naar Kaapstad, in 10 maanden, met openbaar vervoer.
augustus 2013 tot en met mei 2014

In de afgelopen tien maanden zijn zo veel nieuwe indrukken vertrouwd geworden, zo veel spannende dingen leuk, zo veel vreemde gewoonten mooi, zo veel ongemakkelijke zaken gewoon en zo veel onbekende mensen vrienden.

Dag Afrika, voor nu!

From Cairo to Cape, in 10 months, by all means possible.
August 2013 to May 2014

The past ten months so many new impressions became familiar, so many scary things fun, so many strange habits beautiful, so many uncomfortable things normal and so many unknown people friends.

Bye Africa, for now!

 

 

 

Beschrijving

08 november 2013 tot en met 09 december 2013
Bukoba-Mwanza-Arusha- Mto wa Mbu-Serengeti-Ngorongoro-Moshi-Pangani-Nungwi-Stone Town-Dar es Salaam-Mtwara-Mikindani

Het zevende land zit er op! Tanzania is groot, divers en heeft heel veel te bieden. De prijzen zijn heel redelijk, alleen alles wat je doet kost geld. De mensen zijn heel bedreven in het afhandig maken van je geld, een leugentje hier en daar wordt daarbij niet geschuwd. Onze hotels waren regelmatig afgebrand, net de avond voor we aankwamen, maar ze wilde ons graag naar een vriend met hotel brengen. We begrepen ze wel, het verschil tussen de arme mensen en de rijke toerist is heel groot. Gelukkig hadden ze voor backpackers meer respect, werd ons Swahili steeds beter en waren de meest gehoorde woorden ‘pole pole’  wat betekent langzaam langzaam, we hebben ons er dan ook een hele maand vermaakt.

Het eerste ritje vanaf de grens was gelijk via een National park, dit mag officieel niet zonder te betalen, maar de immigratie medewerker van de grenspost vond het zo een eer dat we zijn dorp wilde bezoeken, dat we een lift kregen van vier uur. Dat scheelde ons drie vervoersmiddelen en een halve dag. Het landschap was weer savanne, droog, veel acacia’s en baobab bomen. Bukoba zelf heeft een interessante mix van Arabisch (goede koffie), Indiaans (lekker eten) en Afrikaans (vriendelijke mensen).

Per bus en ferry zijn we naar Mwanza gevaren, met een klein schokje toen onze bus zichzelf vast had gereden op de te steile ramp van de ferry. In Mwanza heeft Emory met zijn nieuwe vriend van de plaatselijke eet stal, een heuse Hollandse kapsalon gemaakt. Volgens diens Nederlandse neef waarschijnlijk de eerste in heel Afrika. De vismarkt maakte grote indruk en niet alleen op onze neus, honderdduizenden kilo’s vis wordt dagelijks uit het meer gevist zonder enige beperking of controle, foto’s maken was dan ook uit den boze.

Over Arusha lazen we de wildste verhalen, het zou er heel gevaarlijk zijn en de safari flycatchers (propers, touts) volhoudend en agressief zijn. Bij aankomst op het busstation hebben we van de tiental flycatchers de eerste met vriendelijke ogen uitgezocht en tot onze nieuwe beste vriend gemaakt. Dit maakte onze wandeling naar het hotel, kletsend met één, in plaats van het continu afslaan van tientallen, een stuk rustiger. We hebben alle dagen heel veel (on)gevraagde hulp en informatie ontvangen, ze bleken allemaal uiterst volhoudend, maar vriendelijk en correct. Na het eten in het donker gaf het restaurant ons een escort mee. Of het nu gaat om overal geld op verdienen of het werkelijk om onze veiligheid te doen is weten we niet.  Na een ochtend safari info inwinnen en onderhandelen als echte Hollanders, hadden we een super deal. Wel was het ineens heel snel schakelen en zaten we zo in de dalla dalla (het Tanzaniaanse woord voor matatu, minibusje) met een tentje op schoot.

In Mto wa Mbu werd ons tentje opgezet en hebben we kennis gemaakt met onze vier safari vrienden. De volgende ochtend vroeg op pad naar de Serengeti voor weer een indrukwekkend game drive. Snel onze tenten opgezet midden in de Serengeti en in een grote kooi het door onze eigen kok Ibrah gemaakte eten gegeten. Buiten naast de tentjes, in de volle maan, Konyagi (Tanzaniaanse vodka) gedronken met zijn zessen en veel bezoek gehad van zebra’s, gazellen en hyena’s. Heel bijzonder waren de twee grote giraffen met kleintje die, nieuwsgierig naar ons, op een paar meter afstand langs liepen en bleven hangen om te eten. Wel vreemd vonden we het, dat we beveiliging naar huis kregen in het dorp,  maar ze de beloofde scout met geweer vergeten waren mee de Serengeti in te sturen. Het gezamenlijk plassen maakte onze groep sterker.

Voor vijf uur opgestaan om de zonsopgang mee te maken, er waren nu drie andere giraffen die even gedag kwamen zeggen tijdens ons koffiedrinken. De twee gamedrives door de Serengeti door verschillende autoproblemen afgesloten met een mooie zonsondergang en maanopkomst in het park, gevaarlijk dicht naast de hippo’s. Terug in het kamp dachten we dat het gevaar voorbij was, maar wat bleek, we hadden bezoek van een eenzame buffel. Dat de buffel tussen onze tentjes door liep en op het pad tussen het toilet en de tenten naar ons bleef kijken, was best spannend. Dat onze gids vertrokken was, met onze en enige auto, om een andere groep te helpen en niet meer terug kwam, hielp niet. Dat wij alleen met onze kok Ibrah in een verder leeg kamp waren, maakte ons een tikje onzeker. Dat Ibrah op onze vragen “Is de buffel op 1 meter afstand gevaarlijk?”  en “Zijn dat leeuwen die we zo dichtbij horen?” alleen maar ja zei en heel hard begon te lachen, maakte het nog spannender. Zeker nadat hij zijn eigen tentje in de keukenkooi had opgezet en het hek dicht deed. In de tent blijven en in een fles plassen, klonk ineens een stuk minder gek.

Voor half vijf opgestaan en weer een heel mooie zonsopgang gezien, terwijl we op de gids en auto wachtten. Helaas geen ochtend drive, wel heel veel oplos koffie. We hebben ons bezig gehouden met het tellen van de stokstaartjes en kijken naar de Hyraxen die heel dicht bij kwamen, het is familie van de olifant, ok weliswaar een knaagdier ter grote van een teen van de olifant maar toch. Na een ochtendwandeling tussen de gnoes, veel te ver van het kamp in de Serengeti, was daar eindelijk de auto voor de game drive.  Eindelijk hebben we onze veel gezochte cheeta met jong gezien. ’s Avonds sliepen we op de kraterrand van de Ngorongoro met een heel spectaculair uitzicht. We mochten onze tent niet te dicht bij de grote boom zetten, dat was namelijk het pad van de olifanten. Ook hier waren heel veel zebra’s in het kamp, we konden tot op centimeters afstand komen.

Voor vier uur opgestaan, de zonsopgang was indrukwekkend, helaas vanwege een verslapen/uitgeslapen driver waren we nog in het kamp. Hij heeft nog nooit zes mensen zo snel zijn keuken en tenten in zijn auto zien inpakken. Eindelijk stonden we dan boven op de krater helemaal klaar om af te dalen, aan de slagboom, met een gebroken as…. Na (het derde) telefoontje aan een inmiddels nattigheid voelende Godfried van Amazing (ja amazingly cheap stuff) tours, zijn we in een andere kleinere auto toch afgedaald. Deze kleine auto bracht onze groep nog een tikkie dichter bij elkaar (letterlijk en figuurlijk). We hebben genoten van de krater en nadat Emory zijn lunch uit zijn handen was geklauwd, door een havik met best scherpe klauwen, was het tijd om onze safari tour af te sluiten. De gevaarlijke dieren in te ruilen voor de gevaarlijke mensen van Arusha en gezamenlijk wat te eten en drinken. Die super deal, waarbij we dachten voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten, voelde achteraf toch meer als een, duurkoop goedkoop gevalletje. We zouden echter geen Hollanders en Duitsers zijn als we niet, met drie uur praten als brugman, een korting ter compensatie geregeld hadden.

Onze volgende stop was Moshi een dorp onder Mount Kilamjaro, deze hoogste berg van Afrika is erg indrukwekkend. De prijzen om hem te beklimmen waren net zo indrukwekkend, wat ons deed besluiten met twee Deense vriendinnetjes naar een mini dorp af te reizen in de dalla dalla. Met het halve dorp achter ons aan als self appointed guides, zijn we iets dichterbij gekomen, maar we waren meer onder de indruk van de hike naar de waterval. ‘s Avonds hebben we afscheid genomen van elkaar door stiekem alcohol te drinken in het klooster waar we sliepen, nadat Em de beveiliging had omgekocht met frisjes.

De rit naar Pangani, een moslim dorp aan het strand, bracht ons in wel heel direct contact met de bevolking in een dalla dalla, die nog voller kon dan we dachten. Het heet niet voor niets een sardientjes blik op wielen. In plaats van de 16 plaatsen hobbelden we met 26 mensen plus kinderen bagage en kippen in 35 graden naar het strand. Em zijn hoogtepunt van de rit was een tepel van een 80 jarige vrouw gedurende een halve rit in zijn oor. Het zwembad bij aankomst was meer dan welkom.

Op Pangani zijn we vrienden geworden met een Pools stel dat wel een dow, een klein houten bootje, met ons wilde delen naar Zanzibar. De tocht op de dow was mooi en had ontspannen kunnen zijn, ware het niet dat de bootmannen iedere 5 minuten een emmer water uit de boot gooide en we door een storm voeren. Maar wat een schitterend gezicht om het eiland te zien verschijnen met helder blauw en turquoise water en een witter dan wit strand. Uit de boot in zee gesprongen met backpack op ons hoofd en zo met onze bagage op het strand neer gezet. De eerste lounge bank met lunch was voor ons, om en om bier gedronken, en alle hotels bekeken en onderhandeld. Na twee banda’s op het strand bij Ali te hebben bemachtigt kon onze strand middag beginnen. Niet alleen het strand was geweldig, het dorp, geheel in Arabische stijl, was heel schattig, rustig en mooi. De club ‘s avonds paste niet geheel in dat nette moslim beeld, met de dronken maar meer dan bedreven dansende Tanzanianen. Wij hebben maar de muzungu dans gedaan, met de handen omhoog zoals verwacht werd van ons. Emory had wat moeite met de lucht, je kon goed ruiken dat de fake Massai, met datzelfde rode kleed om, ‘s ochtend al vroeg op het strand begonnen waren met geld lospeuteren van toeristen.

Stone town aan de andere kant van Zanzibar was geweldig, mysterieus, smalle straatjes, liefelijke gevels, indrukwekkende deuren en een heerlijke eet markt ’s avonds hebben ons blij verrast. Met zijn zessen, het Poolse stel en Thom en Anthea (de twee vrienden uit Uganda), hebben we erg onze best gedaan tussen alle moskeeën een biertje te vinden.

Met zijn zessen de ferry naar Dar es Salaam gepakt en in hetzelfde hotel ingecheckt. Dar is een leuke stad, er is niet heel veel te doen, maar men is vriendelijk, het is er niet heel druk en ’s avonds staan alle straten vol heerlijke eet stalletjes met vooral veel vega Indian eten. We hebben onze verse suikerriet sap (stiekem onder tafel) aangelengd met de Konyagi en vooral veel gegeten. Tussen alle Mozambique visa stress door, hebben we een stadswandeling gemaakt, zijn we door een museum heen gerend en heeft Em aan Thom laten zien hoe de tepel van de oude vrouw in zijn oor zat in de dalla dalla.

In Mtwara sliepen we in een guesthouse van een ‘mama’, een grote oudere dame die voor ons zorgde alsof we haar kinderen waren. Wat dwingend, volledig in Swahili, maar luisteren deden we. We werden wakker met het nieuws van het overleiden van Mandela. Wij en de mannen, die als onderdeel van het interieur, de hele dag op de bank van het guesthouse TV keken, waren er erg van onder de indruk. Vijf december is vanaf nu Mandela memorial day, wij konden het niet helpen te bedenken dat we waarschijnlijk het laatste jaar met zwarte pieten gemist hebben. Naast deze schok werden we regelmatig opgeschrokken door de knallen van dynamiet vissers.  Deze zijn volgens de pers bijna niet meer actief door goed handelen van de overheid. Op zijn hoogst zouden er nog maar 8 explosies per dag zijn, in een uur hoorden wij er al meer dan dat. Iedere knal deed ons beseffen dat er weer een stuk koraal minimaal 10 jaar nodig heeft om aan te groeien. Dat is als er al niet te veel is weggeknalt, dan groet het nooit meer aan. Ergste is nog dat het een National park is en dus beschermt moet worden.

In Mikindani, onze laatste plaats in Tanzania ontmoeten we een dame die daar een duikschool en ons hotel beheert. Zij geeft informatie aan de mensen in het dorp over de effecten van dynamiet vissen. Er wordt aan gewerkt, maar de overheid help niet of er is niet genoeg geld. Tanzania is zo mooi, de parken, de zee, het heeft zo veel natuur en dieren die bescherming nodig hebben. De mensen zijn arm, zij zien het rijke westen op visite komen en willen geld verdienen. De snelle verdien manieren als het dynamiet vissen, het stropen van olifanten, het boren naar gas of winnen van olie gaan vaak ten kosten van hun omgeving en is op lange termijn onherstelbaar schadelijk. Wij hebben genoten van de omgeving, de zee, de natuur, de dieren en de mensen, Tanzania is schitterend en wij hopen dat er meer gedaan gaat worden om dit zo te houden.

Klik hier, wij vinden reacties leuk!