Interested in our photos or need travel information? Just contact us!

The Philippines

Land 32

03 juli 2015 tot en met 31 juli 2015

Manila-Banaue-Bontoc-Sagada-Daraga-Donsol-Putiao-Sorsogon-Matnog-Allen-Victoria-San Antonio-Calbayog-Tagbilaran-Corella-Loboc-Bilar-Batuan-Loay-Baclayon-Bohol-Dauis-Danao-Alona-Panglao

Beschrijving

Click here if you want to tell us something, give comments, ask questions use photos or need travel tips!

De Filippijnen, het is Azië maar toch ook weer niet. Een uniek land met geen ander te vergelijken en wij vonden het geweldig!

Het fototoestel liet ons in de steek, niet heel vreemd na de duizenden foto’s die we er mee hebben geschoten, maar toch balen. Gelukkig hadden we ons feest cameraatje nog en kunnen we jullie, met weliswaar iets mindere kwaliteit foto’s, toch laten zien hoe mooi de Filipijnen is.
Van 350 jaar Spaanse heerschappij zagen we katholicisme, oude kerken, fiesta’s en San Miguel bier. De Amerikaanse invloeden zagen we terug in de liefde voor basketbal, grote malls, vele fast food en het gebruik van de Engelse taal. En het meest Aziatische was wel dat veel eten en karaoke net zo gewoon leken als armoede en corruptie. De hard werkende Filipijnen zijn, geheel terecht, trots op hun stoere land met meer dan 7000 schitterende eilanden.

Na meerdere waarschuwingen dat de Filipijnen en vooral Manila erg gevaarlijk zijn waren wij op onze hoede. Het nemen van een gewone (lees: niet drie keer zo dure vliegveldtaxi) werd afgeraden vanwege overval en kidnap gevaar. Wij gingen op zoek naar een bus en met hulp van de super behulpzame mensen zaten we zo in een Jeepney. Deze verlengde, mooi beschilderde jeeps met lange bankjes achterin zijn bijna rijdende kunst stukken. Een ritje bleek zelden meer dan 8 Pesos te kosten en wij hadden alleen briefjes van 500 uit de machine gekregen. Voor we überhaupt iets konden doen was er al voor ons betaald en werden we met route instructies vlak bij de metro afgezet. Een koffie en kletspraatje leerde ons dat in de spits de metro pakken wel eens een iets wat te intense eerste Manila indruk kon opleveren. Rijen van honderden meters, vijf mensen breed en wachttijden van meer dan een uur, om vervolgens in overvolle wagonnetjes zwetend tegen elkaar aan geplakt te worden was een ervaring die we later zonder grote backpacks al indrukwekkend vonden. De zoveelste vriendelijke vreemdeling liep met ons naar de juiste plek en regelde een taxi voor ons. De vrolijke chauffeur bleek boordevol informatie en gaf ons een sightseeing tour van zijn Manila, met als high light de vier jachten van Manny Pacquiao. De ooit in de sloppen geboren box kampioen is de grote held, doet veel goede dingen voor het land en is zelfs actief in de politiek. Genietend van onze trotse chauffeur, stonden we vlot midden in het centrum en waren alle waarschuwingen over gevaar bijna vergeten.

Een andere grote held, maar dan voor de vrijheid is Rizal. In het rustgevende Rizal park, met Rizal standbeeld en Rizal monument op de plaats van zijn executie betuigen mensen tot op de dag van vandaag hun respect. Begin 16e eeuw begon de Islam zich te verspreiden in de Filipijnen, tot in 1521 Ferdinand Magellan het voor Spanje claimde en het bloederige proces van christianiseren begon. In de praktijk was, zeker buiten Manila, de Spaanse macht bij de broeders, die optraden als lokale heersers. Ze probeerde de mensen naar grotere dorpen te verhuizen waar zij de stenen kerken bouwde. Hoe meer zij de bevolking onderdrukte hoe meer tegenwerking dit gaf. Wat begon als een kleine boeren tegenwerking in 18e eeuw monde in de 19e eeuw uit tot een rijke klassen tegenwerking met nationalistische neigingen van Europees geschoolde Mestizos, Filipijnen met gemixt bloed. De grootste en bekendste was Dr José Rizal, de 22 talen sprekende dokter, dichter, schrijver, beeldhouwer, schilder, naturalist en schermer. Wij denken dat hij meer uren in een dag had aangezien hij dit alles in zijn korte 35 levens jaren was. De Spanjaarden maakte van hem ook nog een martelaar door hem en meerdere vrijheid strijders in 1896 te executeren. Hierop volgde 18 maanden, voornamelijk Filippino, bloedvergiet. Tot er een Spaans-Filippino vredes akkoord werd bereikt waar niemand vrede mee had. Beloften van hervormingen door de Spanjaarden werden verbroken net als de beloften van de Filippino’s om hun revolutie te stoppen. Toen Spanje de oorlog aan Amerika verklaarde over Cuba en suiker werden de Filipijnen in het conflict getrokken. Met het tekenen van het verdrag van Parijs in 1898 eindigde die oorlog en Amerika kocht de Filipijnen, Guam en Puerto Rico voor $20 miljoen. Ook de overname van de Amerikanen leiden tot opstanden en er brak een jarenlange oorlog uit waarbij 200.000 Filipijnse burgers 20.000 Filipijnse soldaten en 4000 Amerikaanse soldaten om kwamen. De vele beloften voor onafhankelijkheid vanuit Amerika werden aangepast en uitgesteld tot WWII alles veranderde.

Wij bezochten Fort Santiago in de ‘walled city of Intramuros’, ingevallen door Chinese piraten, bedreigd door de Nederlanders en bezet door de Britten, Amerikanen en Japanners bleef het overeind tot WWII. Generaal Douglas MacArthur werd slapend overvallen wat leidde tot de Japanse bezetting van1942 tot 1945 met Manila als slagveld. De Japanse wreedheden en Amerikaanse artillerie hebben minimaal 150.000 burgers gedood en de stad, eens ‘Asia’s finest’ was vernietigd. De San Agustin kerk, gebouwd tussen 1587 en 1606, is het enige gebouw dat intact bleef binnen de muren. Kort na de oorlog kregen de Filipijnen over een voornamelijk verwoest Manila en slechte economische situatie wel eindelijk hun lang gewenste onafhankelijkheid. Een van de redenen waarom de snel gegroeide, chaotische mega stad vele stadjes aan elkaar lijkt.

Ons stadje vol nachtclubs, waar we sliepen en op straat aten met San Miguel bier, voelde snel ‘thuis’. Men mag overwegend christen zijn en familie als meest belangrijk beschouwen maar zondigen kunnen ze als de beste, drinken, overspel, schietgevechten en prostitutie lijken heel gewoon. Het is ons eerste Aziatische land dat zo open is over prostitutie en daar moesten we even aan wennen. In de leuke cafeetjes bekeken we de, toch vaak stereo type, vieze oude mannen met piepjong Filipijnse dametjes of jongens. Hoe graag wij ook zouden willen geloven dat die Filippino’s echt verliefd zijn op die mannen, hun gezichtsuitdrukkingen zeggen vaak iets anders. De hoeveelheid seks werkers in het land wordt geschat rond de 400.000 waarvan meer dan 20% minderjarig. Ook hier is de vrouwen handel een groot probleem en heerst er ondanks het open aanbieden een grote zwijg cultuur. De mannen lijken zich er minder voor te schamen en omdat we allemaal naar dezelfde cafés gaan praten we naast met de vele gezellige locals ook met hen. Vol trots vertelden ze over hun veel jongere vriendinnen en wat ze allemaal voor ze deden en wij vonden het lastig geen oordeel te vormen.

Na alle Aziatische tempels waren de kerken een welkome verandering en ook weer is wat anders was het bezoeken van begraafplaatsen. De rijke Chinese begraafplaats is meer een woonwijk met straten vol mausoleums. Waarvan sommige met kristallen kroonluchters, airconditioning, warm stromend water, een keuken en doortrekkende toiletten. Veel meer luxe dan menig levende bewoner in Manila die met zijn tienen in zelf gemaakte, één kamer, huisjes wonen zonder toilet, keuken of stromend water. Het maakt het grote verschil tussen extreem rijk en diepe armoede goed duidelijk. Na de onafhankelijkheid, met eerste nog wat Amerikaanse zogenaamde hulp die vooral de Amerikanen zelf verrijkten, regeerde een aantal presidenten. Hun verschillende programma’s streefde naar wederopbouw en economische vooruitgang, maar zij bleken vooral druk met scandalen en corruptie. Dat de in 1965 als president gekozen Ferdinand Marcos en zijn vrouw hun machtspositie misbruikten voor zelfverrijking was dan ook niets nieuws, maar dat hij probeerde op dictatoriale wijze te regeren wel. Hij legde een krijgswet op, vermoorden demonstrateurs, stelde verkiezingen uit, vervalste de uitslagen, paste de grondwet aan, laste een avondklok en media stilte in, verbood internationaal reizen en stopte ongeveer 50.000 anti overheid verdachten in militaire kampen of executeerde ze. Toen hij zijn populaire tegenstander Ninoy Aquino vermoorden was dat de druppel voor de bevolking. Voor diens begrafenis liepen 2 miljoen mensen 12 uur door Manila. Zij zongen, baden en deelden eten en drinken uit onder elkaar en onder de militairen die weigerde in de menigten te schieten en stapte over naar de kant van de bevolking. Marcos vertrok naar Hawaï en de Filippines hadden zo de eerste succesvolle vreedzame revolutie. Hij liet een economisch erg slechte situatie achter dat niet zo maar op te lossen is. Verzet groepen zullen wel blijven bestaan zolang stammen, groeperingen en rebellen nog regelmatig voor conflicten zorgen, de dramatische inkomen ongelijkheid niet verdwijnt, het onderwijs en de gezondheidzorg niet verbeteren en het politieke systeem onverschillig blijft. Maar Filipijnen zijn vergevingsgezind, dat bleek toen Marcos in 1989 in ballingschap stierf en zijn vrouw Imelda terug kon komen. Ondanks bewijzen dat zij en haar man zich aan miljarden dollars hadden geholpen en zij vooral bekend is vanwege haar schoenenverzameling die werelds grootste was met naar schatting 1500 tot 3000 paar, woont ze in Manila en is in 2013 gekozen voor haar tweede termijn in congres. In 2010 zijn de presidentiele verkiezingen gewonnen door Benigno ‘Noynoy’ Aquino III de keurige zoon van vermoorde Ninoy Aquino wiens regering wat vooruitgang boekt. De Filipijnen is een van de zogenaamde ‘newly-industialized countries’ en de economie groeit eindelijk. Maar dat ze er nog niet zijn zagen we op de Northern cemetery, de begraafplaats van menig vooraanstaande Filippijn, inclusief verschillende presidenten en revolutionairen. Bij gebrek aan woonruimte wonen hier nu zo’n 6000 mensen onder de doden. Mausoleums hebben een dubbel functie als huis, kleine winkel of internet café, met het graf als aanrechtblad of bed. Veel van de bewoners hebben er een baan als onderhouder, legen de graven als het contract verloopt en zorgen dat alles er netjes uitziet. Ondanks dat het een van de armste plaatsen in Manila is werden wij met open armen ontvangen. We moesten komen kletsen, pauzeerde af en toe om de begrafenisauto’s met kei harde hip hop voorbij te laten rijden, kregen drinken en mochten niets betalen. Nog nooit zijn we zo vrolijk van een begraafplaats geworden en ons lijkt het ook best gezellig na je dood nog zo veel leven om je heen te hebben.

Door de bergen reden we naar Banaue voor eindeloze, fel groene, rijst terrassen. Meer dan 2000 jaar geleden geïntroduceerd door de Chinezen, werden ze gebouwd door de Ifugao. Deze berg stam van voormalige koppensnellers en kannibalen, lopen met grote machete in hun broek, waarvan we hopen dat ze die nu alleen gebruiken om hun rijst beschermers, de houten Bulol beelden mee te hakken. Naast rijst worden er in de vele fast food ketens vooral hamburgers en hotdogs verkocht en de liefde voor vlees is ook duidelijk in de lokale stalletjes. In de vele pannetjes zitten heerlijke verschillende gerechten, maar allemaal met vlees. Toch werd er altijd gezorgd dat ik meer at dan witte rijst met soya saus ook al was de groente tussen het vlees uit geschept. Em had vooral moeite met kiezen en vond alles lekker, nou ja bijna alles. Ze houden erg van orgaan vlees en een lokale delicatesse is Balut, een gekookt eenden ei met al deels gevormde embryo. Oftewel een ei met pootjes en soms wat kleine veertjes.

De markt in Bontoc was druk, gezellig en vol verschillende stammen waarvan sommige nog traditioneel leven. Wij bekeken de vol getatoeëerde armen van de dames en waren teleurgesteld geen mannen in traditionele G-string te hebben gezien.

In Sagada sliepen we bij een lief gezin met kleine dondersteen Johan wiens kitten Emory niet terug wilde geven totdat hij zachtjes deed. Na wat heerlijke, sterk gebrouwen koffie en pannenkoeken als ontbijt hikte we in de regen door de Echo valley naar de hanging coffins. Hier begraven ze hun kisten niet maar hangen ze hoog aan de rotsen. Dit deden ze om dichter bij de goden te zijn en waarschijnlijker zodat de honden er niet bij konden. De stoelen die er bij hangen zijn begrafenis stoelen daar werden de doden aan gebonden tijdens een traditionele begrafenis. De paar waar we dicht bij konden komen hingen niet zo hoog maar als we verder keken konden we in de bossen, hoog weggestopt nog meer kisten ontdekken, sommige al eeuwen oud. Ook ontdekte we hier de rode vlekken op de grond van het paan kauwen. Hier noemen ze het moma en de dames lopen vaak met een grote rode bal tussen hun onderlip en ondertanden dat er niet zo smakelijk uit ziet als ze lachen. In het kader van de gezellige uitstapjes naar de doden, liepen we naar de Lumiang burial caves en werden geadopteerd door een hond die we Hyena noemde. Samen bekeken we de meer dan 100 kisten in de entree, de oudste meer dan 500 jaar oud. In de grot zelf zijn nog meer kisten maar dat is alleen voor mensen die het kunnen betalen. De goden eisen namelijk meer dan 20 varkens en drie keer zo veel kippen om beschermd binnen te mogen liggen.

We gingen met twee jeepney’s en een nachtbus terug naar Manilla om gelijk over te stappen in een bus naar Daraga. In plaats van zes uur kwamen we daar om negen uur aan. Met de Filipijnse jeugd, die ging stappen, en een koude pizza stapte we in een Jeepney voor het laatste stukje naar Donsol. Veel later dan gedacht droegen de behulpzame jeepney mannen ons na drie veel te duren guesthouses over aan een trycicle, een motor met zijspan bakkie, die onze redder bleek. We maakte wat mensen wakker en onze held vond een kamer waar wij na 40 uur onderweg als een blok in slaap vielen. Lief wachtte er de volgende ochtend een ontbijtje op ons, maar ook teleurstellend nieuws, het duiken waar we voor kwamen ging niet door. Donsol is een van de weinige plaatsen waar verantwoord met whale sharks en manta rays gedoken kan worden. Buiten de seizoenen reizen heeft ons veel voordelen opgeleverd en we hoopte op manta rays en korting. Hier betekende het een uitgestorven dorp, niet alleen de whale sharks maar ook de duikers waren er niet. Tot overmaat van ramp ging na ons fototoestel ook onze computer stuk, die we net zes weken er voor a 500 dollar hadden laten maken. Zelfs de restaurantjes waren dicht dus deden we boodschappen op de markt waar we weer vrolijk werden van de vriendelijke mensen. ’s Avonds kookte we met de net zo teleurgestelde Carlijn en Jorrick, dat schiep een band en gezamenlijk propte we ons in trycicle’s, Jeepney’s en bootjes. Sloegen met de locals een kruisje zoals gebruikelijk voor vertrek, en gerustgesteld genoten we van de mooie ritjes.

Na zo veel vervoer was rustig Dalipuri Island, zo klein dat het ook wel San Antonio genoemd wordt naar het enige grotere dorp, heerlijk. Het heeft maar een paar uur per dag stroom waar wij in ons privé resort, met eigen strand geen probleem mee hadden. We waren veel te druk met in de zon zitten, kokosnoten eten, San Miguel drinken, kaarten en snorkelen met Filipijns duik masker. Ik klom in de boom voor onze eigen kokosnoot maar de tuinman was iets sneller omhoog met zijn machete en tikte de kokosnoten ook net iets sneller open. Grappig vonden ze het dat wij de kokosnoten zo bijzonder vinden. Overal in de Filipijnen vallen ze met regelmaat uit de boom en worden niet eens verkocht. Wel verkopen ze ook hier Lechon, biggetje aan het spit, een Filipijnse delicatessen waar bij Em het water in de mond liep. Het eten dat we onze kamer in smokkelde hingen we tegen de mieren in de ventilator aan het plafond, onder toeziend oog van glow in the dark Jezus die boven ons bed waakte. Na een paar dagen kwamen er twee gasten de rust in ons privé resort verstoren en alsof dat al niet vervelend genoeg was bleken het nog Nederlanders ook. Ze vonden de muziek van Traffassie niet zo leuk als Jorrick en Emory waardoor we de laatste dag de zee gelukkig weer voor ons vieren hadden.

Via Calbayog, de grootste stad op west Samar, dat niet zo groot bleek, pakte we de enorme ferry waar we prima sliepen op een van de vele stapel bedden waar twee verdiepingen vol mee staan. Dat zelfs ik het bizar schoon vond bleek terecht, we zagen de hard werkende matrozen werkelijk alles schrobben de volgende ochtend. Na een ontbijtje op Cebu pakte we de volgende ferry naar Tagbilaran op Bohol eiland. Jorrick en Em vonden een leuk slaap plekje met bijna overdreven lieve dames, we verkende de stad, aten broodjes shoarma, voor mij zonder shoarma en zwaaide naar de nieuwsgierige locals. We scooterde over de mooie wegen van het eiland, naar het tarsier sanctuary waar ik voor naar het eiland gekomen was. Wat de tarsier nu precies is laat ruimte voor discussie, volgens wiki is het een primaat, andere vinden het een beertje of aapje. Wat het ook is, ze zijn fascinerend schattig en toch ook een beetje eng. Ze passen in de palm van je hand, kunnen wel 5m springen, hebben een handige lange staart, kunnen hun hoofd bijna 360 graden draaien en hebben enorme, ronde, zielige ogen wel 150 keer groter dan die van een mens in verhouding met zijn lijf. Ook deze wezentjes zijn ondertussen een bedreigde diersoort, de grootste dreiging is de vernietiging van zijn leefomgeving. Zeker de afgelopen eeuw is het bos van de Filipijnen van 70% tot onder de 20% gezakt. Met deze snelheid is er in 2100 geen bos meer op de Filipijnen. Grote boosdoener voor het verdwijnen van het bos en andere milieu problemen is het mijnen. Naar schatting 500.000 veel illegale, kleine schaal, mijn operaties gebruiken giftig kwik en zorgen voor rampen zoals in 1996 toen een heel rivier systeem werd vergiftigd. Dat nog steeds milieu activisten ongestraft omgebracht worden helpt ook niet. Onder Aquino’s administratie, sommige zelfs heel publiekelijk, al minimaal 16. Maar ook het jagen op de diertjes en hun populariteit als huisdier heeft grote invloed op hun aantallen. In gevangenschap plegen ze namelijk zelfmoord en toen we hoorde dat ze net zo lang hun adem in houden tot het over is keken wij bijna net zo zielig als de tarsiers zelf. Blij de speciale diertjes gezien te hebben scooterde we door naar de veel gehypte Chocolate Hills. De bruingroene ‘grassige’ heuvels zijn volgens de locals tranen van een reus met liefdesverdriet. Wij maakte net als de bussen vol Chinese toeristen wat selfies en scooterde langs felgroene rijstvelden, donkergroene bossen en blauwgroene rivieren naar Alona Beach voor een ontspannen drankje.

In Dauis vonden we weer een privé resort met strand waar Carlijn en ik ontspande in de infinity pool. De mannen gingen ferry tickets kopen en reden stiekem nog een keer terug naar de tarsiers voor een selfie. Het complexe altijd veranderende ferry systeem zorgde dat we nog een nachtje moesten blijven. Geen straf en een mooie gelegenheid om Jorrick zijn verjaardag te vieren met een extra videoke sessie. Want ja, na meer dan 13 maanden Azië moesten ook wij er aan geloven. De geduldige veel te vriendelijke bar man, en waarschijnlijk het hele dorp aan de overkant van het water, hebben twee lange avonden kunnen genieten van ons. De barman zei zelfs dat hij het mooi vond, maar het is dan ook taboe te lachen of kritiek te geven op iemand zijn karaoke kunsten.

Schor gingen we naar het eiland Siquijor, in het mini dorp Larena legde we aan en sliepen we bij een lieve dame op zolder. Men zei dat we snel door moesten uit het scruffie dorp maar wij vonden de ontwapenende mensen en viezige eet hutjes waar mensen boven op tafels lagen te slapen eigenlijk wel gezellig en bleven even hangen. Hier kregen we een koekje van eigen deeg, op een van de ferry’s was een dronken man met videoke machine die tot een uur of vier ’s nachts niet bekritiseerd of uitgelachen werd. Wat slaperig scooterde we over het mysterieuze eiland vol gebedsgenezers, zwarte magie, voedoe, waarzeggers en sjamanen op zoek naar hekserij. We werden alleen gehypnotiseerd door het mooie binnenland, bedachten dat we te weinig ongeluk hadden om te bestrijden en zwaaide terug naar de vrolijke kinderen. We zagen dat de liefde voor basketbal met de eigengemaakte baskets en populaire jerseys zelfs in de dorpen diep geworteld is. En per ongeluk ook de liefde voor hanengevechten, een wrede vorm van vermaak die mijn dierenhart zeer doet maar schijnbaar ook heel diep in de cultuur geworteld is. Regelmatig zagen we grote stoere volwassen mannen liefdevol hun hanen aaien en ik snap niet dat ze hen tot hun dood kunnen laten vechten en ze vervolgens op eten.

Het dichts bij hekserij kwamen in San Juan waar we in de vuurvliegjes sanctuary sliepen en precies één vuurvliegje zagen. Volgens de eigenaresse, die advocate bleek, kwam dit door slecht overheid management en de milieu gevolgen daarvan. We kregen een verhelderende spoed cursus over de vele dingen die mis zijn in de Filipijnen. Volgens de medewerkster was het simpeler, de locals die denken dat ze kwade geesten zijn maken ze dood en lage inkomens en slechte opleidingen zijn de veroorzakers van de vele problemen. Een normaal inkomen is 200 Pesos per dag, nog geen 4 euro, de reden dat er altijd meer dan 1 miljoen Filipijnen in het buitenland werken. De zusters in canada, bouwvakkers in Qatar, schoonmakers in Singapore, entertainers in Japan, au pais in Saoedi Arabië en huishoudsters in Hong Kong sturen samen tientallen miljarden dollars naar huis, ongeveer 10% van het land zijn totale inkomen. Naast de risico die ze lopen in de vreemde landen, groeien veel kinderen op met het gemis van minstens een ouder. Em vroeg haar, of zij familie in het buitenland had werken, waarop ze teleurgesteld antwoorden, “Nee, anders had ik wel een smartphone gehad.”. Wij zagen iets van de milieuproblemen waar de eigenaresse ons over vertelde toen we probeerde te snorkelen. De Filipijnen, in de koraaldriehoek, zijn schitterende onder water wereld is deel van ‘the global centre for marine biodiversity’. Met een kust ecosysteem van bijna 20.000 km is het één van werelds eerste slachtoffer van klimaat verandering. De combinatie van hoge zee temperaturen, verzuring en stormen buiten het seizoen beschadigen het reef, kust ontwikkeling en over vissen tast het nog meer aan. Het reef sterft steeds meer af, eeuwenoud koraal gaat dood overnacht, meer dan 50% is al ongezond en steeds verder moet men de zee in voor levend koraal en vissen. Wij doken vlak bij Apo eiland, verder in zee, twee meer dan geweldige duiken, op zulk helderblauw water dat je er hoogtevrees van zou krijgen. Met als hoogtepunt een grote schildpad waar we in alle rust mee zwommen. Bedankt alle vier de ouders voor dit mooie cadeau!

In Moalboal schrokken we van de grote hoeveelheid toeristen in het kleine dorp. Er waren meer Koreanen en Chinezen dan locals. Als een van de weinigen zonder dure eigen duikspullen wilde ook wij met de sardientjes trek duiken. We huurde spullen, stapte op een boot en schrokken van de drukte onder water, niet van de verwachte sardientjes maar duikers. Bij een standaard Aziatische duik uitrusting hoort tegenwoordig ook een camera en ja onder water is het net zo erg. Allemaal waren ze drukker met foto’s maken dan met zelf kijken, daarnaast bleek de normale rust onder water ook vreemd en het deed ons zeer hun onbeheerst flappelende vinnen het reef stuk te zien trappen. Ook belachelijk was onze duik instructeur die met tien minuten op de boot zat en ons met vier onervaren duikers in het water liet. Wij lieten er twee ondersteboven met vinnen omhoog hangen, een zichzelf aan de rots vast houden en trokken ons eigen plan. We zwommen weg van de selfie makende Koreanen (ja echt!!) naar een afgelegen school sardines. De enorme hoeveelheden sardientjes vormen de meest mooie figuren, wij hielden ons stil en werden omringd. Bij enkele rustige bewegingen bewogen ze om ons heen en werden we één met de figuren. We genoten er van tot onze lucht op was en ondanks de schitterende plek leverde we onze spullen in en waren klaar na één duik. We konden niet nog een keer aanzien hoe hier door duikers, degene die moeten weten hoe kostbaar en kwetsbaar het is, het koraal gesloopt wordt. Van de eigenaresse van ons hutje begrepen we dat de laatste jaren bijna alle restaurants, hotels en duikscholen in het dorp zijn opgekocht door Koreanen en Chinezen. Zij gaan voor massa toerisme en snel geld, helaas niet voor lange termijn en milieu.

Op de scooter reden we naar Cebu City waar Ferdinand Magellan in 1521 de port binnen voer, Siamezen, Chinezen en Arabieren waren er al maar hij was de eerste Spanjaard en bracht het Christendom. Ook bracht hij als cadeau het Santo Niño poppetje dat het kind Jezus Christus voorstelt en nu een van de meest geliefde en herkenbare iconen van het land is. Hij staat in een glazen box in de Basilica Minore del Santo Niño, de in 1565 gebouwde oudste kerk van het land en trekt vele pelgrimmers. Op vrijdag en zondag zijn de wegen er omheen afgesloten voor de mis die buiten op het plein gehouden wordt en staat het er vol rozenkrans, kaarsen en vooral replica Santo Niño verkopers.
Cebu zelf wordt omschreven als druk, snel, luid, vies en meedogenloos. Wij vonden het ondanks de uitlaatgassen en verkeersopstoppingen een prima stad en hoopte een nieuwe foto camera te vinden in een van de vele grote malls. Na één winkel stranden we in een bakkertje waar we keken naar heftige onweer en de regen die ineens met bakken uit de hemel kwam. We wisten dat het moesson was maar hadden nog niet echt last gehad van regen. De hevige overstromingen kwamen snel en binnen een uur waren veel wegen onbegaanbaar vanwege het hoge water. De locals leken het gewend, regelmatig hebben ze te maken met natuur rampen als tyfoons, aardbevingen en stormen. In 2013 nog, een paar weken na een aardbeving van 7,2 richtte de tyfoon Haiyan, bekend als Yolanda, enorme vernietigingen aan op Cebu met tussen de 15.000 en 25.000 doden. Op blote voeten, onder parasols verplaatste men zich en de mannen gingen gewoon in hun onderbroek boodschappen halen. Wonderbaarlijk reden sommige auto’s met hun neus niet eens meer boven het water, dit was voor ons op de scooter geen optie. Dat brandweerauto’s allemaal een reddingsboot bovenop hebben begrijpen we nu. Via stoepen en hogere wegen slalomde wij een alternatieve route de stad uit om zonder camera, gekleed in vuilniszakken, verkleumd, in het donker een extra lange route naar huis te rijden. Bij de sloppen waar het water vol bezittingen en afval uit stroomde zagen we kinderen uitgelaten spelen. Enthousiast terug zwaaiend gaf het zien van hun pret midden in die slechte leefomstandigheden ons gemengde gevoelens.

Wij namen met moeite afscheid van de Filipijnen en hopen dat hun welverdiende economische groei zich voortzet, maar niet ten kosten van de schitterende natuur. Ook op de terugweg werden we weer tot aan het vliegveld begeleid door een lieve jongen en gingen we met net zo een warm gevoel het land uit als dat we binnen kwamen. De behulpzame mensen, mooie natuur, stoere steden, schitterende zee, gekke eten en aparte vervoersmiddelen maken het een uniek land dat wij helemaal geweldig vinden.

Klik hier om iets tegen ons te zeggen, we horen graag van jullie!